Menu

Marktinzicht

2e kwartaal 2020

Inhoudsopgave

  1. Algemeen beeld
  2. Beursontwikkelingen
  3. De coronacrisis in vogelvlucht
  4. Onzin en hoax
  5. Recessie
  6. Eurobonds
  7. Amerika
  8. Vaccins en medicijnen
  9. Bedreigingen
  10. Vooruitzichten

1 Algemeen beeld

Zelden is het verschil in een tegengestelde rendementsontwikkeling van twee opeenvolgende kwartalen zo groot geweest als die in het inmiddels afgesloten tweede kwartaal ten opzichte van die in het eerste kwartaal. Was er in het eerste kwartaal nog sprake van een koersdaling op de wereldwijde aandelenbeurzen van gemiddeld 19,2%, gedurende het tweede kwartaal werd deze daling voor het allergrootste gedeelte teniet gedaan door een koersstijging van maar liefst 16,6%. De laatste keer dat zich een dergelijk tegengestelde rendementsontwikkeling van twee opeenvolgende kwartalen in deze orde van grootte voordeed, is het eerste kwartaal van 1988 met een stijging van 13,5% dat volgde op de beruchte beurscrash in het vierde kwartaal van 1987, waarin de koersen daalden met 24,2%. De plotseling koersdreun op 19 oktober 1987 (Black Monday) en de dagen daarna was overigens veel groter dan de daling waarmee dat kwartaal afsloot. Voor een in grootte vergelijkbare tegengestelde rendementsontwikkeling van twee opeenvolgende kwartalen moeten we terug naar 24 juni 1938 toen Franklin Delano Rooseveld in zijn 13e Fireside Chat (open haard gesprek via de radio) bekend maakte dat de Amerikaanse economie weer groeide en de depressie voorbij was.

 

Uiteindelijk middelt het resultaat van vier kwartalen per saldo uit in het jaarrendement. De eventueel grote verschillen tussen de kwartaalrendementen zijn in het jaarrendement dus niet meer zichtbaar. Toch geven de opeenvolgende kwartaalrendementen goed aan wat zich gedurende het jaar heeft afgespeeld en wanneer zich een kentering in de ontwikkelingen heeft voorgedaan. Het is lang niet altijd gemakkelijk om de factoren aan te wijzen die voor zo’n kentering verantwoordelijk zijn. In 1938 was dat dus de Fireside Chat van Roosevelt, maar in het eerste kwartaal van 1988 was het een veel minder vanzelfsprekende oorzaak. De gedachte was toen en blijft nog altijd dat het in 1988 een technisch herstel betrof dat volgde op een heel forse koersdaling eind 1987. Voor dit jaar geldt eigenlijk hetzelfde: op 23 maart bereikten de koersen hun dieptepunt en daarna begonnen de beurskoersen aan een flinke opmars. Op de 24e maart, in slechts één dag, stegen de koersen met 8,4% en al op 6 april, midden in de periode waarin wereldwijd de economie was stilgelegd (lockdown), bevonden de koersen zich alweer 17,2% boven het dieptepunt van de 23e maart. Op 6 april stonden we echter nog aan het begin van het tweede kwartaal, er overheersten nog donkere wolken en er viel nog geen enkel lichtpunt te ontwaren. Toch herstelden de aandelenbeurzen zich door het opgelopen verlies voor meer dan de helft goed te maken. In het verdere verloop van het tweede kwartaal zette die positieve ontwikkeling zich voort waardoor de in het eerste kwartaal opgelopen verliezen voor het merendeel werden ingelopen.

 

Als er dan toch een factor moet worden aangewezen die de hiervoor beschreven kentering heeft veroorzaakt, dan is het wel de ongekend grote stimulering die door alle centrale banken van betekenis waren aangekondigd. De omvang daarvan is nooit eerder vertoond en gaat het bevattingsvermogen te buiten, mede omdat het niet gebruikelijk is om te rekenen met getallen met twaalf nullen. De geldkranen zijn door de centrale banken tot aan het uiterste opengezet, waardoor exorbitant veel euro’s en dollars in de reële economie stromen. De centrale banken doen dit door hun eigen balans ‘op te blazen’ met een factor die keer op keer wordt aangepast. In de praktijk betekent het dat de centrale banken schuldpapier van allerlei debiteuren opkopen, voornamelijk staatsleningen en bedrijfsleningen. De nationale overheden, bedrijven en banken raken daarmee van hun schulden af, waardoor hun balansen uiteraard sterk verbeteren.

 

Dit leidt tot minder faillissementen bij bedrijven en tot veel meer mogelijkheden voor nationale overheden om opnieuw te lenen. De sterk verbeterde posities van de banken verschaffen deze de mogelijkheden om opnieuw aan banken en consumenten geld uit te lenen. Daarmee wordt de waarde van de wereldeconomie kunstmatig vele keren vergroot. In feite was daarvan altijd al sprake sinds de invoering van het papiergeld tijdens de periode van de goudkernstandaard en al helemaal sinds het verdwijnen van de vaste koppeling tussen de dollar en het goud in 1971, waarbij de goudstandaard door de Amerikaanse regering definitief werd losgelaten (Nixon-schok). Het verschil met de huidige maatregelen van de centrale banken is dat het opblazen van de balansen van centrale banken op nog veel grotere schaal plaatsvindt en zich ook in de tijd sneller achter elkaar voordoet.

 

Een belangrijk gevolg van de door de centrale banken genomen stimuleringsmaatregelen is dat veel geld naar de financiële markten vloeit. Enerzijds leidt dit tot hogere aandelenkoersen omdat het geld dwingt om belegd te gaan worden, vrijwel geheel via de aandelenmarkten. Anderzijds leidt dit tot een steeds lagere rente omdat het aanbod van geld veel groter is dan de vraag. Door de alsmaar dalende rente stijgen de prijzen van obligaties waarvan de rente al op een veel eerder moment is vastgesteld, omdat deze bestaande obligaties bij een dalende marktrente juist aantrekkelijker worden. Dit geldt uiteraard ook voor de euro-staatsleningen van de landen in de Eurozone met een gemiddelde looptijd van 5 tot 7 jaar, waarvan het rendement als gevolg van de gestegen koersen gedurende het tweede kwartaal met 1,4% is toegenomen.

2 Beursontwikkelingen

Ondanks het eenduidige herstel dat gedurende het tweede kwartaal op de belangrijkste aandelenbeurzen optrad, liep de ontwikkeling toch nog behoorlijk uiteen. De belangrijkste factoren zijn in de toelichting op de rapportage over het eerste kwartaal in het hoofdstuk Beursontwikkelingen al beschreven en die gelden zeker ook voor de ontwikkeling gedurende het tweede kwartaal. De twee kernbegrippen, die nauw samenhangen met de economische gevolgen van de coronacrisis, zijn fossiele brandstoffen en digitale techniek. Ofwel olie en communicatie.

 

Door het stilgelegde vliegverkeer en de in slaap gebrachte reiswereld, alsmede de zware beperkingen met betrekking tot de verplaatsing van mensen en goederen, die het grootste gedeelte van het tweede kwartaal golden, is de vraag naar olie en aanverwante brandstoffen fors gedaald. Tegen deze dramatische daling van de vraag was geen enkele beperking van de productie opgewassen. Het logische economische gevolg is dan een prijsdaling die ongenadig uitpakt. De energiesector heeft dan ook het meest te leiden onder de crisis en kon zich het tweede kwartaal maar amper herstellen.

 

Door de zelf-isolatie maatregelen en het verplichte thuiswerken draaide alles om technisch hoogwaardige communicatie, mogelijkheden voor thuisvertier en niet het minst belangrijk: online winkelen. Social media als Facebook, Twitter en Instagram vormden uiteraard het smeermiddel om stilgelegd fysiek contact op een wat meer afstandelijke wijze tóch mogelijk te maken. Daarnaast schoten platforms uit de grond of verstevigden bestaande platforms hun positie om via videobellen, hetzij vanuit professioneel oogpunt, hetzij vanuit privé oogpunt, contact mogelijk te maken (FaceTime, Zoom, Skype).

 

Netflix en Disney zijn de bekende voorbeelden voor het thuisvertier en Amazon geldt als absolute koploper bij het online thuiswinkelen. Tenslotte nam het aandeel van maaltijdbezorgers (Takeaway, Deliveroo) in de voedselvoorziening en bezorging een hoge vlucht. Een goede technische infrastructuur en het gebruik van moderne communicatiemiddelen zijn bij dit alles onontbeerlijk. Als gevolg daarvan beleefden ook de producenten van hardware (laptop’s, camera’s, microfoons, smartphones, oortjes, geheugenchips etc.) een gouden tijd die nog altijd voortduurt. De belangrijkste beurs die kon profiteren van de aanzienlijk gestegen vraag naar hardware, communicatiemiddelen, digitale platforms en social media is de Nasdaq in de Verenigde Staten.

 

Deze technologiebeurs sloot het tweede kwartaal af op een niveau dat in euro’s gerekend 12% hoger ligt dan de toch al zeer hoge stand van 31 december 2019. Daarmee was deze voornamelijk uit technologie- en biotechnologieondernemingen bestaande beurs de absolute topper van het tweede kwartaal. Wie uitsluitend in deze sector was belegd, had over de eerste helft van het jaar 2020 dan ook een schitterend rendement behaald. Maar verstandig beleggen impliceert spreiding van beleggingen en niet het leggen van alle eieren in één mand.

 

De toonaangevende en breed gespreide S&P500, de index die een zeer getrouw beeld geeft van de Amerikaanse aandelenmarkt en bepalend is voor alle andere beurzen ter wereld, sloot het tweede kwartaal af op een niveau dat in euro’s gerekend slechts een ruime 4% onder het peil van ultimo 2019. Daarmee kan gesteld worden dat het voor een uit aandelen bestaande beleggingsportefeuille gemiddeld gesproken mogelijk moet zijn geweest om het kwartaal zo’n vier tot vijf procent onder het magische niveau van ultimo 2019 af te sluiten. Ook de Japanse beurs, van oudsher een door technologie gedomineerde beurs, mocht zich verheugen in een dergelijke performance. Japan is overigens één van de door het coronavirus minst getroffen landen ter wereld. In China viel de slotstand van het tweede kwartaal vooral mee omdat de daling van de Chinese beursindex tijdens het eerste kwartaal minder groot was dan waar ook ter wereld. Dat komt omdat in China de coronacrisis als eerste op grote schaal uitbrak en het land het virus ook het eerste onder controle kreeg. In maart werden vele fabrieken weer geopend en konden veel Chinezen weer naar het werk. De Zwitserse beurs behoort als Europese beurs tot het cluster van vier aandelenbeurzen die uitstekend hebben gepresteerd en komt fractioneel hoger uit dan de Amerikaanse S&P500 en de Shanghai Stock Exhange. Dit moet worden toegeschreven aan de belangrijke Farmaciesector met reuzen als Roche Holding en Novartis, die een belangrijke component van de Zwitserse aandelenbeurs vormt.

 

De Duitse en de Nederlandse aandelenbeurzen presteerden minder, maar ook niet heel veel slechter dan het bovengenoemde cluster van drie. De Amerikaanse Dow Jones, het vlaggenschip van de Amerikaanse beursindices, deed het om de redenen die in de toelichting op de rapportage over het eerste kwartaal zijn genoemd, aanzienlijk minder goed dan zijn Amerikaanse broertjes, de S&P500 en de Nasdaq. De enorme oliemaatschappijen ExxonMobil en Chevron Corporation en daarnaast vliegtuigbouwer Boeing drukken met hun bedroevende performance binnen de index van maar dertig ondernemingen te zwaar op het totale resultaat. De beurs van Hongkong die het nog weer slechter deed dan de Amerikaanse Dow Jones, moest het vooral ontgelden vanwege de zware beperkingen die de stadstaat kreeg opgelegd met betrekking tot de liberale positie die het heeft ingenomen ten opzichte van moeder China. Op de laatste dag van het kwartaal voerde de Chinese overheid de omstreden veiligheidswet voor Hongkong in die door het Permanent Comité van het Nationale Volkscongres, de top van het Chinese parlement, unaniem werd aangenomen.

 

Met de wet, die volgens Peking de 'nationale veiligheid' moet waarborgen, wil China een einde maken aan de langdurige onrust in Hongkong. Sinds maart vorig jaar wordt massaal gedemonstreerd tegen de groeiende invloed van China. Met de nieuwe wet wordt het streven naar afscheiding, buitenlandse inmenging en staatsondermijnende activiteiten in Hongkong verboden. Het is volstrekt begrijpelijk dat de beurs van Hongkong onder deze omstandigheden geen goede prestatie kon neerzetten.

 

De starre Franse economie had veel te leiden onder de strikte lockdown-maatregelen. Het markeert het verschil tussen de Europese economieën waar het marktmechanisme wat verder is doorgevoerd (Duitsland en Nederland) en de Europese economieën waarbij dat minder het geval is, zoals dus in Frankrijk. Zeker in situaties waarbij een economie in de achteruitstand staat, heeft dat onmiddellijke gevolgen voor de effectenbeurzen. De Franse beurs presteerde maar zeer matig en de CAC 40, de belangrijkste Franse beursindex, stond aan het einde van het tweede kwartaal maar liefst 17,5% onder de slotstand van 2019. Dramatisch bleef de situatie in het Verenigd Koninkrijk, waar de beursindex gedurende het tweede kwartaal amper van zijn plaats kwam. Aan het einde van het kwartaal gaf het scorebord een in euro’s gemeten stand aan die bijna 25% onder het niveau van ultimo 2019 lag. De eerder genoemde extreme daling van de olieprijs en het gevolg daarvan voor de twee grootste oliegiganten van Europa (Shell en BP), die beide een relatief groot aandeel hebben in de Engelse beursindex, de FTSE 100, vormt daarvan in belangrijke mate de oorzaak. Belangrijker is echter dat de Britse economie als gevolg van de Brexit in bijzonder moeilijk vaarwater terecht is gekomen en zich als niet van de gemeenschappelijk markt deel uitmakende economie opnieuw aan het uitvinden is. Het herstel van de Engelse beurs zal dan ook beslist tijd gaan vergen.

   

3 De coronacrisis in vogelvlucht

Wereld in lockdown

In het tweede kwartaal woedde het coronavirus nog volop in Europa en delen van de Verenigde Staten. Vooral Italië, Spanje en Frankrijk werden in eerste instantie zwaar getroffen. In de eerste helft van maart werden in deze landen dan ook  strenge lockdown-maatregelen ingevoerd. Het openbare leven werd stilgelegd en mensen mochten hun huizen niet meer verlaten zonder zwaarwegende redenen. Ook in Nederland werd geleidelijk een zogenaamde ‘intelligente’ lockdown ingevoerd.
Dat begon met een verbod op handen schudden, maar werd weldra uitgebreid met de verplichting om thuis te werken en vervolgens sloten scholen, restaurants, cafés en werd iedereen opgeroepen om zoveel mogelijk thuis te blijven. Het Verenigd Koninkrijk ging eind maart als een van de laatste Europese landen op slot. Dat het Verenigd Koninkrijk nu tot één van de door het coronavirus zwaarst getroffen landen van de wereld behoort en dat het land dit jaar volgens de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) een economische krimp van 11,5% te wachten staat, wordt toegeschreven aan het feit dat te laat maatregelen werden doorgevoerd in een periode dat het coronavirus snel om zich heen greep. Het was ook in die periode dat premier Boris Johnson zelf besmet raakte met het coronavirus en op de Intensive Care moest vechten voor zijn leven.
Alleen Zweden bleef een afwijkende koers volgen: hoewel het dringende advies was om thuis te blijven, ging het land niet op slot. Het land beperkte hiermee de sociale en economische gevolgen van de verregaande maatregelen van een lockdown, maar dit resulteerde wel in een hoger sterftecijfer per capita vergeleken met buurlanden Denemarken, Noorwegen en Finland, die wel een lockdown invoerden.

 

Trump heeft haast

Vrijwel alle Europese landen bleven in de maand april op slot en waren zeer terughoudend met het vooruitzicht op versoepelingen. In de Verenigde Staten was de tendens echter heel anders. Waar in februari Trump het coronavirus nog als een hoax van de Democraten bestempelde, riep hij medio maart de noodtoestand uit. Enkele staten zoals New York, Californië en Washington waren toen al tot noodmaatregelen overgegaan. Maar enkele weken later meldde Trump met het oog op de desastreuze gevolgen van deze maatregelen voor de economie, dat hij graag het land alweer rond Pasen zou zien terugkregen naar de situatie van voorheen. Uiteindelijk verlengde Trump de maatregelen toch tot eind april, maar in mei begonnen verschillende Amerikaanse staten, aangemoedigd door Trump, met het doorvoeren van versoepelingen tegen het dringende advies in van de belangrijkste gezondheidsadviseur van de Amerikaanse regering, Dr. Anthony Fauci.

 

Versoepelingen

In de loop van de maand mei werden in Europa ook langzaam versoepelingen doorgevoerd. Nadat het openen van de basisscholen in Scandinavië eind april niet tot een verhoging van het aantal besmettingen had geleid, besloot het kabinet om in Nederland ook de basisscholen te openen. Kort daarna mochten de kapperszaken weer openen en werd het sporten in de buitenlucht weer toegestaan. In juni volgden er versoepelingen voor de horeca, theaters, bioscopen en was het reizen met openbaar vervoer toegestaan mits een mondkapje werd gedragen. De testcapaciteit werd zodanig opgevoerd dat iedereen met mogelijke corona-klachten zich kon laten testen.

Voorzichtig optimisme leidde er in Europa toe dat in juni vele landen de grenzen weer openden en reisadviezen naar andere landen bijstelden in de hoop de toerismesector -een essentiële sector voor de economie van vele landen- te reanimeren.  Toch lijkt de voorzichtigheid, die in Europa wordt betracht, met het versoepelen van de maatregelen niet ongegrond: op de plekken waar mensen dicht op elkaar wonen, werken of feesten lijkt het coronavirus toch weer de kop op te steken en is het moment van het volledig afschaffen van alle maatregelen nog niet in zicht.

4 Onzin en hoax

De coronapandemie stortte de wereld in de grootste crisis sinds de tweede wereldoorlog. Toen het virus aan het begin van dit jaar voor het eerst opdook in China, zag het er zeker heel serieus uit, maar de snelheid en hevigheid waarmee het de wereld in haar greep nam, heeft alle verwachtingen ruimschoots overtroffen. Een belangrijk aspect is de beklemmende onzekerheid die veel verder gaat dan uitsluitend de zorgen over de economie. De mensen weten het gewoon niet en zoeken naar verklaringen voor het ongrijpbare: de klassieke voedingsbodem voor complottheorieën.

 

Complottheorieën zijn op zich van alle tijden, maar op dit moment zijn er twee factoren die het effect ervan versterken. De eerste is het internet: iedereen kan ongecontroleerd alles op het web zetten wat hij wil en een paar seconden later hebben talloze mensen het bericht gezien en doorgestuurd.
De tweede factor ligt wat dieper en vindt haar oorsprong in de financiële crisis van 2008. De wereld werd ruw wakker geschud uit haar droom dat alles vanzelf ging en de bomen tot in de hemel groeiden. Eén van de gevolgen van deze crisis is een breed verspreid wantrouwen in de overheid, de politiek en instituties in het algemeen. Dat zien we niet alleen terug in de versnippering van het politieke landschap maar ook in de gretigheid waarmee de wereld ‘duidende boodschappen’ tot zich neemt. De (tot voor kort) snelgroeiende anti-vaccinatiebeweging is daar ook een voorbeeld van: de overheid zou erop uit zijn om ons te vergiftigen.

 

Juist omdat de wetenschap voor wat betreft de specifieke kennis van dit coronavirus nog maar in de kinderschoenen staat en simpelweg het antwoord op de meeste vragen nog niet hééft (en dit eerlijk zegt), krijgen figuren die wél vinden dat ze het weten, een warm onthaal in de media. Zo doen diverse theorieën de ronde. Het virus zou onder leiding van Bill Gates in een laboratorium zijn ontwikkeld en het zou onze weerstand verzwakken door de straling van 5G-masten. Populaire influencers kunnen steevast rekenen op een warm applaus, omdat ze zeggen wat de mensen graag willen horen.

 

Een ander fenomeen is dat partijen wereldwijd de coronacrisis aangrijpen om er terloops hun eigen agendapunten doorheen te loodsen. Zo heeft de Chinese overheid haar greep op het volk versterkt en lijken leiders als Trump en Bolsenaro drukker met hun herverkiezing dan met de gezondheid van hun landgenoten. Ook in Europa gebeurt het. Voorbeelden daarvan zijn er te over.
Eurocommissaris Timmermans bijvoorbeeld schreef een opiniestuk in NRC waarin hij betoogde dat de coronacrisis een gouden kans was om en passant de groene ambities van Europa te verwezenlijken. En KLM krijgt als steunvoorwaarde de eis opgelegd om in 2030 haar CO² uitstoot met 50% te hebben teruggebracht, terwijl geen enkele deskundige kan uitleggen hoe dit gerealiseerd zou moeten worden. Verder zien we dat een groeiend deel van de bevolking de maatregelen moe begint te worden, zich vastklampt aan (veelal ongefundeerde) berichtgeving dat het allemaal zo’n vaart niet loopt met corona en de beperkingen eigenlijk niet nodig zouden zijn.

 

Psychologen hadden hier al voor gewaarschuwd: in eerste instantie vallen mensen bij angst terúg in hun ontwikkeling. Ze zoeken dan naar veiligheid, structuur en zijn bereid om elkaar te helpen. Als de crisis langer duurt, brokkelt de solidariteit af en gaan mensen zich egocentrischer gedragen om niet tekort te komen. Dat is de fase waar we ons nu in bevinden. Al met al is de werkelijkheid dat de wetenschap nog een lange weg te gaan heeft om te leren hoe ze dit virus onder controle moet krijgen en effectieve behandelingsmethoden te ontwikkelen. In de tussentijd blijft de onzekerheid een feit en zullen we overspoeld blijven worden met berichtgeving die daaraan appelleert. Tegenhouden kunnen we dat niet, maar wat we wél kunnen is kritisch blijven op de inhoud en de bronnen.

5 Recessie

Nog voordat de omvang en de gevolgen van de lockdown in maart bekend was, werden we al overspoeld met berichten dat Nederland en de wereld in een recessie zouden belanden. Hoewel de betekenis van het begrip recessie bij velen niet altijd bekend is, zijn de bijbehorende associaties zoals ‘economische crisis’ en ‘financiële problemen’ er bij de meesten goed ingeprent. De betekenis van recessie is letterlijk ‘achteruitgang’ of ‘teruggang’. Een economische recessie houdt in dat de economische groei minimaal twee opeenvolgende kwartalen negatief is. De economische groei wordt weergegeven met behulp van het BBP, het Bruto Binnenlands Product. Dit is de waarde van alle goederen en diensten die in een land zijn geproduceerd in een bepaalde periode. Wanneer dit BBP dus twee achtereenvolgende kwartalen een negatieve groei laat zien, spreken we van een recessie.

 

De economie heeft een natuurlijke cyclus (conjunctuur), waarbij perioden met (sterke) groei worden afgewisseld door perioden met tragere groei of negatieve groei. Een periode van negatieve groei (recessie), hoort bij een cyclische ontwikkeling en de afwisseling van groei en terugval is niet anders dan de afwisseling van verschillende seizoenen. Een terugval van de economische groei hoort er gewoon bij en is niets onwezenlijks of onnatuurlijks. Een in groei teruggevallen economie lokt creativiteit en innovatie uit en daarmee wordt een nieuwe periode van positieve groei gefaciliteerd. Een recessie kan worden uitgelokt door factoren, die voorkomen in de verschillende stadia van deze natuurlijke cyclus, zoals een daling van het consumenten vertrouwen, een hoge rente, een bubbel op de vastgoed- en huizenmarkt, een beurscrash of een periode van deflatie. Hoewel de context van deze factoren natuurlijk heel verschillend zijn, hebben ze gemeen dat de uitwerking veelal zodanig is dat zowel consumenten, bedrijven als overheden de ‘hand op de knip’ houden en minder uitgeven, lenen of investeren, waardoor de economische activiteit als geheel daalt.

 

De huidige recessie, die zich nu aandient, kent een volledig externe oorzaak, namelijk een wereldwijde pandemie, die tot gevolg heeft dat de economie grotendeels kunstmatig is stilgelegd om de mensen te beschermen en de gezondheidszorg overeind te houden. Quarantaines (afgeleid van quaranta giorni, veertig dagen) ontstonden in de 14e eeuw in Italië, waarbij om de pestepidemie tegen te gaan aanmerende schepen verplicht waren om veertig dagen stil te blijven liggen en de bemanning niet van boord mocht. Ook in Nederland werden beperkende maatregelen getroffen in het verleden. Zeeschepen en hun bemanning, die van ver kwamen en verdacht waren, werden in quarantaine geplaatst op “pest” eiland Wieringen voor onze kust. De schaal, waarop de huidige lockdown maatregelen in de wereld zijn toegepast, is echter ongekend. De gevolgen van een recessie, die is ontstaan door het kunstmatig stilleggen van gedeelten van de economie, zijn daarom ook niet te vergelijken met recessie, waarvan de onderliggende oorzaak economisch en/of conjunctureel is.

 

Waar tijdens de economische crisis van 2008 grote onzekerheid bestond over het financiële systeem en het vertrouwen daarin volledig was weggevallen, is in de huidige crisis het coronavirus de onzekere factor. Deze kunstmatige recessie heeft echter direct geleid tot een omvangrijke vraaguitval en een sterke terugval in economische activiteit. Door het wereldwijde karakter en het feit dat producten veelal zijn samengesteld uit honderden kleinere onderdelen die uit allerlei landen in de wereld komen, is het effect op de wereldeconomie zeer groot. Een volledige lockdown brengt uiteraard wel een grote economische krimp met zich mee, die vooral de kleine ondernemer in de kwetsbare sectoren niet zal kunnen overleven. Daarentegen is deze crisis slechts een tijdelijk fenomeen, dat zeer plotseling is opgetreden, maar waarvan het ontstaan bekend is en dat maakt bestrijding goed mogelijk. Dit zal eerder een kwestie van vele maanden zijn en niet van jaren.

 

Het al of niet uitblijven van een tweede besmettingsgolf en de beschikbaarheid van een vaccin bepalen grotendeels in hoeverre de economie ‘heropend’ kan blijven of dat er op kunstmatige wijze weer allerlei beperkingen ingevoerd zullen gaan worden. Omdat er geen sprake is van een onderliggende economische oorzaak, waardoor de economie op een laag pitje brandt, is het juist gemakkelijker om, wanneer de omstandigheden dit weer toestaan, de economie ook weer volledig te heropenen en terug te keren naar het niveau van economische activiteit van voorheen. Wanneer we erin slagen om het coronavirus te controleren, zal de consument weer zorgeloos op vakantie kunnen gaan en theater- en muziekvoorstellingen of een restaurant kunnen bezoeken, waardoor de getroffen sectoren kunnen herstellen. Hoe sneller de economie dan ook weer volledig geopend kan worden, des te meer deze schade beperkt zal kunnen blijven.

6 Eurobonds

Om de door de lockdown uitgelokte economische crisis in Europa het hoofd te kunnen bieden, zijn door de Europese Commissie en het Europees Parlement de Eurobonds opnieuw van stal gehaald. Eurobonds zijn door het gezamenlijke Europa, ofwel de samenwerkende Europese landen, uitgeschreven obligatieleningen. Normaliter financieren landen hun eigen begrotingstekorten door individueel obligaties (Engels: bonds) uit te geven. Deze worden veelal gekocht door banken grote institutionele beleggers. De rente die een land moet betalen hangt één op één samen met de kwaliteit van de overheidsfinanciën van de betreffende staat. Sterke landen, zoals Nederland en Duitsland, betalen weinig rente. Op dit moment is de rente op 10-jarige Nederlandse en Duitse staatsleningen zelfs negatief: Nederland krijgt momenteel ca. 0,3% toe en voor 10-jarig Duits staatspapier zijn beleggers bereid om meer dan 0,4% rente bij te betalen om erin te mogen beleggen.

 

Hoe anders is het gesteld met Zuid-Europese landen als bijvoorbeeld Griekenland en Italië.Omdat die landen hun overheidsfinanciën sinds jaar en dag slecht op orde hebben, lopen beleggers met hun staatsleningen meer risico. Daardoor krijgen deze landen geen geld toe, maar moeten ze rente betalen. Op dit moment bedraagt het rendement op 10-jarige Griekse- en Italiaanse staatsleningen respectievelijk 1,1% en bijna 1,3%. Deze rentelast drukt zwaar op hun toch al zwakke begrotingen. Het probleem bij dit alles is dat veel Europese landen, zowel noordelijke als zuidelijke, deel uitmaken van de zogenaamde Eurozone. Dat zijn de landen die een gemeenschappelijke munt voeren: de euro. Rente en wisselkoersen hangen zeer nauw met elkaar samen. In een land met een hoge rente moet voor geëxporteerde goederen en diensten doorgaans meer worden betaald door een duurdere munt.

 

Bij landen met een lage rente ligt dat precies andersom. Door een lagere wisselkoers hoeft er veelal minder betaald te worden voor de geëxporteerde goederen en diensten. Maar met één en dezelfde munteenheid werken hogere en lagere rentetarieven in verschillende landen verlammend op de dezelfde munt. Het voeren van dezelfde munt impliceert immers gelijke renteniveaus. Verschillende renteniveaus bij eenzelfde munteenheid is dus een contradictio in terminis. Het gevolg zal zijn dat speculanten gebruik maken van deze contradictio en de spanning binnen dezelfde munteenheid zo hoog laten oplopen door op de renteverschillen te speculeren, dat de munteenheid bezwijkt. Dit laatste gebeurde tijdens de verschillende eurocrises in de periode 2009 tot 2014. Een succesvolle gemeenschappelijke munt vergt niet alleen een monetaire unie, maar vooral een economische unie, waarbij in ieder geval sprake is van een begrotingsunie maar tegelijkertijd ook van een fiscale unie.

 

De verschillen tussen Noord-Europa en de zuidelijke EU-landen zijn niet van de laatste tijd. De eerste voorstellen om op in Europa op centraal niveau obligaties uit te geven om de staatsschulden van de lidstaten te financieren, dateren al van 1989. Dus al voor de geboorte van de euro. Het idee erachter was om de stabiliteit te bevorderen en grootschalige toegang tot de kapitaalmarkt te bewerkstelligen.
De discussie is jarenlang beperkt gebleven tot economische wetenschappers onderling en kwam in een stroomversnelling toen in 2008/2009 de eurocrisis volle hevigheid losbarstte en de Zuid-Europese landen van het ene moment op het andere draconische rentes moesten betalen om hun staatsschuld te kunnen blijven financieren. Ze werden speelbal van de financiële markten, dreigden om te vallen en moesten met hulp van de andere EU-landen overeind gehouden worden.

 

Door de coronapandemie is wederom een crisis ontstaan en laait de discussie op of de Europese lidstaten voor gezamenlijke rekening én risico obligaties (eurobonds) moeten uitgeven om de stabiliteit van de eurozone in stand te houden. De Zuid-Europese landen zouden dan meeprofiteren van de kredietwaardigheid van Noord-Europa en lagere rentes betalen dan dat zij op eigen kracht zouden kunnen bewerkstelligen. De voorstanders ervan (lees: Zuid-Europa) wijzen erop dat, als de EU deze crisis niet bedwingt, de Zuid-Europese begrotingen door de zware rentelast nog dieper in het slop raken, vroeg of laat de situatie onhoudbaar wordt en zelfs de EU uiteen zou kunnen vallen. Eurobonds, waarop alle landen dezelfde gemiddelde rente betalen zouden dit gevaar wegnemen. Verder zouden eurobonds een eind maken aan financiële speculatie met de zwakkere eurolanden en kan de euro eindelijk een rol gaan spelen als echte wereldmunt. De tegenstanders (met Nederland voorop) betogen dat de Zuid-Europese landen niet beloond zouden mogen worden voor hun jarenlange slappe begrotingsbeleid. Door de staatsschuld van de zuidelijke landen op de gezamenlijke schouders te nemen, zou voor hen de prikkel wegvallen om werk te maken van noodzakelijke bezuinigingen en hervormingen. Anders gezegd: waarom zou de Noord-Europese belastingbetaler moeten opdraaien voor het wanbeleid rondom de Middellandse Zee?

 

Zoals meestal het geval is, zal ook deze EU-discussie uiteindelijk leiden tot een compromis. De EU kan het zich immers niet veroorloven om Zuid-Europa te laten vallen: daar zijn de bredere belangen te groot voor. Wat op dit moment goed uitkomt, is dat Duitsland sinds 1 juli voorzitter is van de EU en Bondskanselier Merkel het vertrouwen en het gezag heeft om de partijen met elkaar in gesprek te houden. Zodoende zal er binnenkort wel weer een voorstel met voorwaarden op tafel liggen dat de landen rond de Middellandse Zee lucht geeft en de Noord-Europese leiders met goed fatsoen kunnen verkopen aan hun belastingbetalers. Maar dat neemt de spanningen niet weg.

 

Compromissen die afbreuk doen aan een succesvolle Europese eenheid zijn op termijn gedoemd om te mislukken. Een succesvolle Europese Federatie kan dan ook slechts ontstaan indien sprake is van een volledige financieel-economische unie, dus zowel een begrotingsunie als een fiscale unie. Pas dan kan Europa echte Europese obligatieleningen uitschrijven. Eurobonds zijn dan een feit.

7 Amerika

Waar zowel Aziatische als Europese landen na een periode van lockdown het coronavirus langzaam onder controle kregen, is in de Verenigde Staten een situatie ontstaan waarbij de Amerikaanse overheid totaal niet tegen het coronavirus bleek te zijn opgewassen. Het aantal geïnfecteerde Amerikanen groeit al weken gestaag, inmiddels met zo’n 70.000 besmettingen per dag en ook het sterftecijfer loopt steeds verder op.

 

Lockdown in Amerika

Het paardemiddel van een lockdown, dat uiteindelijk effectief blijkt tegen de verspreiding van het virus, wordt in de Verenigde Staten met veel meer aarzeling toegepast en geaccepteerd dan in Azië en Europa. Dit komt enerzijds omdat er geen consistente controle is door de politie, die de lockdown afdwingt, zoals in landen zoals China, Singapore en Spanje het geval was. Anderzijds zit er in elke Amerikaan een diepgeworteld gevoel van recht op vrijheid, waardoor zij zich niet zomaar zich de vrijheid laten ontnemen. In tegenstelling tot Nederland, waar veel sociale wetten zijn ingevoerd en steunmaatregelen heeft getroffen, is men in de Verenigde Staten traditioneel veel meer op zichzelf aangewezen. De steunpakketten van de regering Trump komen meer bij de grote bedrijven terecht dan bij het midden- en kleinbedrijf en de kleine zelfstandige. Dit zorgt voor protesten tegen de lockdown, omdat men bedreigd wordt in zijn of haar voort bestaan. De aandelenbeurzen in de Verenigde Staten zijn ondanks de slechte berichten over het aantal besmettingen en het aantal dodelijke slachtoffers snel opgelopen. Dit wordt vooral veroorzaakt door het optimisme over de heropening van de economie en de herstart van de productie en bedrijven na de periode van lockdown. Het optimisme wordt verder ondersteund door sterke macro-economische cijfers met onder andere bijna vijf miljoen nieuwe banen in de maand juni.

 

Stimuleringsmaatregelen

Inmiddels zijn zowel door de regering van Trump en de FED enorme bedragen vrijgemaakt om de economie te stimuleren. Tegelijkertijd neemt de totale schuldenlast van Amerika verder toe. Inmiddels heeft de FED aangekondigd om naast bedrijfsobligaties, ook staatsobligaties op te zullen kopen. Eerder had de FED op 3 maart al de rente verlaagd met een half procent tot één procent en vooruitgelopen op het verder stimuleren van de economie. Op 16 maart werd de rente teruggebracht tot nul procent door opnieuw een renteverlaging door te voeren van maar liefst één geheel procent. De snelheid van deze twee opeenvolgende renteverlagingen doet denken aan de kredietcrisis van 2008 toen de rente op eenzelfde drastische wijze in zeer korte tijd door de FED werd verlaagd. De twee renteverlagingen van maart hadden overigens niet eens het onmiddellijke effect van oplopende koersen op de aandelenmarkten, hetgeen wél verwacht mocht worden. Pas na de hiervoor genoemde aankondiging door de FED om op ongekend grote schaal alle mogelijke leningen op te zullen kopen, keerde het sentiment. Eigenlijk was daarmee het gevaar geweken. Als de financiële crisis van 2008 en de huidige coronacrisis tezamen dan ook iets teweeg hebben gebracht, is het wel het blinde vertrouwen van de financiële markten dat de FED ten eeuwigen dage bereid is de economie en de beurzen te redden.

 

Polarisatie

Het is de polarisatie tussen Republikeinen en Democraten die in de Verenigde Staten nu al decennia verlammend werkt op het bestuur en de politiek van het land. Onder druk van de coronapandemie en betogingen tegen racisme, nemen de spanningen op straat toe. President Trump treedt daarbij niet leidend en verbindend op, maar dreigt met inzet van het leger. Dat is zeker geen goed signaal voor de economie. Cruciaal zal zijn of genoeg grote ondernemingen laten zien dat ze het anders willen, want pas dan zal de politiek mee gaan draaien. Grote ondernemingen maken zowel aan Republikeinse als Democratische zijde het verschil en dat zal ook invloed hebben op Trump.

 

Gebrek aan beleid

Daarbij speelt een grote rol dat President Trump het formuleren en uitvoeren van het coronabeleid aan de individuele staten overlaat, maar vervolgens wel als een stoorzender onjuiste informatie en voorspellingen over het virus de wereld in slingert en de belangrijkste medisch adviseur van het Witte Huis publiekelijk afvalt. Economisch zit de Verenigde Staten behoorlijk in de knel en de te vroege en snelle versoepeling leidt zeer waarschijnlijk tot een hernieuwde uitbraak. Inmiddels loopt in meer dan dertig staten het aantal nieuwe besmettingen met het coronavirus weer snel op (drie miljoen officieel geregistreerde besmettingen) en worden deze staten gedwongen om de vrijheden voor de herstart van bedrijven terug te nemen en opnieuw met tegenzin in lockdown te gaan. De medisch adviseur van de regering, dr. Anthony Fauci, is dan ook zeer bezorgd over het snel stijgende aantal besmettingen met het coronavirus in een aantal staten. Gelet op de doorlooptijd, die nodig is om een tweede besmettingsgolf in te dammen en te stoppen, zal de coronacrisis de Verenigde Staten nog maanden bezig houden. In aantal staten dreigt de gezondheidszorg overbelast te worden en komt de reguliere zorg in de knel. Politiek gesproken zal het snel groeiende aantal dodelijke slachtoffers de president geen goed doen. Sowieso kwam het coronavirus voor Trump natuurlijk zeer ongelegen in het jaar waarin presidentsverkiezingen plaatsvinden. Ironisch genoeg heeft Trump altijd de lage werkloosheidscijfers, de economische groei en de hoge beurskoersen op zijn eigen conto gezet en dit vormde dan ook een belangrijk vertrekpunt voor zijn herverkiezing. Analisten van Britse bank Barclays toonden volgens de Financial Times aan dat de populariteit van Trump sinds het begin van zijn presidentschap in 2017 nauw verband houdt met de prestatie van de belangrijkste beursindex van de Verenigde Staten, de S&P 500. Hoe hoger deze index, des te hoger zijn ‘approval rates’, een belangrijke graadmeter voor de populariteit van de president.

 

Een moeilijk dilemma

En daarmee staat de president nu voor twee kwaden: kiest hij ervoor om de coronacrisis effectief te bestrijden, dan is een lockdown noodzakelijk, hoewel dit grote gevolgen voor de Amerikaanse economie zal hebben en hem dit wellicht ook op impopulariteit bij de gewone Amerikaan zal komen te staan. Anderzijds ziet ook Trump dat de aanpak van het coronavirus en de situatie van de Verenigde Staten in schril contrast staat met dat van andere landen. En dus doet Trump niets: hij schuift de besmettings- en sterftecijfers onder de tafel, zorgt voor meer controle over deze cijfers door de CDC (het Amerikaanse RIVM) buitenspel te zetten en te verhinderen dat er meer geld wordt uitgetrokken voor coronatesten en contactonderzoek. Dit gebrek aan adequaat leiderschap en daarmee het uit de hand laten lopen van de besmetting met het coronavirus zal echter ook gevolgen hebben voor Trump. Uit de meest recente peilingen komt naar voren dat de publieke opinie langzaam begint te draaien, waaruit tevens blijkt dat Joe Biden op dit moment aan kop gaat.

 

Ook Trump lijkt zich hiervan bewust te zijn en ondernam op zijn eigen wijze actie door zijn campagneleider te ontslaan. De vraag is echter of de Trump de schade nog kan beperken of dat hij al voor een voldongen feit staat. De situatie, waarin Trump zich dit jaar bevindt, doet denken aan het laatste jaar van George W. Bush als president. Gedurende het laatste jaar van zijn presidentschap (2008) werd hij geconfronteerd met het uitbreken van de kredietcrisis. Hoewel Bush zich na twee termijnen niet meer verkiesbaar kon stellen, lukte het hem eind 2008 nog wel om een wet voor het opkopen ‘giftige’ en illiquide leningen ter waarde van 700 miljard dollar door het congres te slepen. Van harte en snel ging dit niet, want zijn eigen Republikeinen wezen de eerste versies van deze wet af. Ondanks de val van de zakenbank Lehmann Brothers in september 2008 werd de politiek ook destijds al gedomineerd door polarisatie en wist de regerend president niet snel en competent te acteren. Bush verpestte het daarmee voor zijn partijgenoot John McCain en Barack Obama werd als nog niet verkozen president al als de feitelijke leider beschouwd.

 

Presidentsverkiezingen

Na de Democratische partijconventie (17 tot 20 augustus) moet duidelijk worden wie de kandidaat van de Democraten gaat worden voor het presidentschap. Joe Biden (78 jaar oud) heeft voldoende kiesmannen verzameld om gekozen te worden en daarmee beschikt hij over de beste kaarten. Joe Biden was van 1972 tot 2009 senator voor de staat Delaware en van 2009 tot 2017 vicepresident onder Barack Obama. Biden vertegenwoordigt het centrum, de gematigde vleugel van de Democratische Partij. Hij belooft de lijn die onder Obama werd ingezet voort te zetten. De Republikeinse partijconventie wordt van 24 tot en met 27 augustus gehouden en daar zal ongetwijfeld Donald Trump (74 jaar oud) aangewezen worden als kandidaat voor de Republikeinen, want er zijn geen tegen kandidaten. Op 3 november kunnen Amerikanen naar de stembus om een president te kiezen. De winnaar wordt op 20 januari 2021 ingezworen. Niet vergeten mag worden dat tegelijk met de presidentsverkiezing het gehele Huis van Afgevaardigden en een derde deel van de Senaat wordt gekozen. Een bijzonder aspect aan deze verkiezingen is dat er nog nooit twee kandidaten dongen naar het presidentschap die zo oud zijn als de huidige kandidaten. Dat maakt dat de markt en kiezer ook serieus gaat kijken naar de ‘running mates’ en de beoogde vicepresident van beide kandidaten. De kans dat een nieuwe president zijn termijn als president van vier jaar als gevolg van ziekte of uitval niet kan voltooien, is immers nooit zo groot geweest. Ook mag niet worden onderschat dat door de leeftijd van de president de vicepresident veel op zijn bord zal krijgen of nemen. Fouten die beide heren op hoge leeftijd nu reeds vertonen, kunnen tijdens de verkiezingen wel eens meer gevolgen hebben dan ooit tevoren. Gezondheid en gezondheidszorg zullen derhalve in de verkiezingsstrijd ook een persoonlijke kant krijgen.

8 Vaccins en medicijnen

Tegenover de grote toename van het wereldwijde aantal doden door het coronavirus was er in het afgelopen kwartaal ook hoopvol nieuws te melden over mogelijke vaccins en medicijnen. Wereldwijd waren er eind juni 140 vaccins in ontwikkeling. Weinig daarvan zullen de eindstreep halen als voldoende effectief en veilig. Er is geen garantie op snelle beschikbaarheid, want het ontwikkelen en testen kost meestal meerdere jaren. Momenteel worden er 16 vaccins op mensen uitgeprobeerd.
Vanwege de enorme economische belangen is sprake van een ware wedloop wie de eerste is met een vaccin. In sommige landen gaat daarbij snelheid voor veiligheid. Zo verkreeg het Chinese leger eind juni een noodautorisatie van de autoriteiten voor het feitelijk gebruik van een vaccin dat nog maar beperkt was getest.

 

De beste papieren op een snelle doorbraak heeft momenteel – volgens de WHO – het Jenner Instituut van de Universiteit Oxford met het vaccin AZD1222. Dat instituut werkt voor productie en testen samen met de Brits-Zweedse farmaceut AstraZeneca. In de eerste klinische test zijn 8.000 Britten van verschillende leeftijden geïnjecteerd. Verdere proeven zijn gestart in Brazilië en Zuid-Afrika. En in augustus wil men beginnen met testen op 30.000 deelnemers in de Verenigde Staten. De eerste uitkomsten worden verwacht tegen eind augustus, afhankelijk van de snelheid waarmee het coronavirus zich van nature voldoende zal verspreiden onder de proefpersonen. Deze worden niet opzettelijk besmet. Pas na besmetting kan worden bepaald of het vaccin werkt. Omdat het de vraag was of er nog voldoende corona heerst in het Verenigd Koninkrijk om het vaccin daar goed te kunnen testen, is men voor verdere proeven uitgeweken naar Brazilië en Zuid-Afrika waar het virus nog wel volop rondwaart. De hamvraag is niet alleen of het Oxford-vaccin voldoende werkzaam zal zijn bij mensen, ook zal moeten blijken of er bijwerkingen zijn, of – en onder welke omstandigheden – het de ziekte juist verergert, en of er één dan wel twee doses nodig zijn. Het Jenner Instituut was meteen in januari begonnen met de zoektocht naar het vaccin, zodra de genetische code van het virus bekend werd gemaakt door Chinese wetenschappers. Het instituut in Oxford had een voorsprong omdat het eerder een vaccin ontwikkelde tegen het (vergelijkbare) MERS-virus, dat overigens veel dodelijker is dan het coronavirus. De testen daarvan op mensen werden destijds afgebroken omdat MERS zich niet op grote schaal verspreidde.

 

Het Oxford-coronavaccin is een verzwakt chimpansee-verkoudheidsvirus waarop een deel van het genetisch materiaal van het coronavirus is aangebracht om daarmee de gewenste immuunreactie op te wekken. Door genetische aanpassingen kan het verkoudheidsvirus zich niet vermenigvuldigen. Bij muizen en resusapen geeft het vaccin een goede afweerreactie tegen het coronavirus. De zes apen die geen vaccin kregen werden ernstig ziek na besmetting met het virus. Van de andere zes apen die wel waren gevaccineerd kregen er vijf geen symptomen na besmetting; één kreeg lichte symptomen maar genas vrij snel. Die zes apen kregen ook geen longontsteking. Helaas had een deel van hen nog wel veel virus in het neusslijmvlies en bleef daardoor mogelijk nog wel besmettelijk. Dit was een belangrijke tegenslag. Het vaccin werd desondanks binnen een week na aanvraag goedgekeurd door de Britse Medicines and Healthcare products Regulatory Agency (MHRA) voor testen op mensen, waar normaal twee maanden voor staat. Het Oxford-vaccin is zo veelbelovend dat bij voorbaat is besloten tot het opstarten van massaproductie, zonder te weten of het succesvol zal blijken. AstraZeneca is begonnen met de productie tegen kostprijs en verwacht het te kunnen aanbieden voor de prijs van een kop koffie per dosis. Het vaccin groeit in cellen die worden opgekweekt in bioreactoren (vaten) waarvan de omvang geleidelijk zal worden opgeschaald naar uiteindelijk 2000 liter. Als het opschalen lukt, zouden vier van dergelijke bioreactoren in twee maanden een miljard doses vaccin moeten kunnen produceren. Onzeker is of de doelstelling wordt gehaald om al voor de komende winter de beoogde eerste 400 miljoen doses gereed te hebben, waarvan 30 miljoen voor de Britten. Nederland heeft, samen met Frankrijk, Duitsland en Italië, alvast de productie veiliggesteld van 300 tot 400 miljoen doses van het Oxford-vaccin. Een deel daarvan zal in Nederland worden geproduceerd. De Amerikaanse federale Biomedical Advanced Research en Development Authority (BARDA) investeerde ruim een miljard dollar in het Oxford-vaccin om voor de Verenigde Staten productiecapaciteit zeker te stellen voor het ontvangen van 300 miljoen doses in januari 2021. En in India is ’s werelds grootste vaccinproducent, Serum Institute of India, alvast op eigen risico de productie begonnen van uiteindelijk een miljard doses.

 

Naast het Oxford-vaccin zijn er andere veelbelovende vaccins ontwikkeld die eveneens al op mensen zijn getest, zij het op kleinere schaal. Een daarvan is het vaccin BNT162 van BioNTech/Pfizer. In een kleinschalig onderzoek in de Verenigde Staten op 45 proefpersonen bleek dat er zelfs meer antistoffen waren aangetroffen dan in voormalige coronapatiënten, vooral na toediening van een tweede injectie na 7 dagen. De bijwerkingen waren meestal mild en kortdurend. Eind juli moet er een tweede test beginnen op 30.000 gezonde proefpersonen in de Verenigde Staten. Bij een positieve uitkomst verwachten BioNTech en Pfizer eind van dit jaar 100 miljoen doses te kunnen leveren, en tegen eind 2021 ruim 1,2 miljard doses.

 

Het Amerikaanse biotechnologiebedrijf Moderna heeft een geheel nieuw vaccin ontwikkeld, gebaseerd op een stuk van het erfelijk materiaal (mRNA) van het virus. In juli zouden testen beginnen op 30.000 vrijwilligers in de Verenigde Staten in samenwerking met het federale National Institutes of Health (NIH). Bij een eerdere test waren er bij 4 van de 45 proefpersonen duidelijke bijwerkingen, maar die werden toegeschreven aan te hoge dosis, die inmiddels niet meer worden toegepast. Moderna verwacht uiteindelijk jaarlijks 1 miljard doses te kunnen leveren. Het voordeel van het gebruik van mRNA is dat de productie zeer snel kan worden opgeschaald. Nadeel is dat het gebruik voor een menselijk vaccin nieuw is, met alle risico’s van dien voor eventuele bijwerkingen. Men kan op dat punt geen gebruik maken van de ervaringen met een bestaand vergelijkbaar middel.

 

Janssen Vaccines in Leiden, onderdeel van het Amerikaanse Johnson & Johnson, gaat haar vaccin vanaf eind juli testen op ruim 1.000 volwassenen in België en de Verenigde Staten. Het vaccin is een vervolg op het ebola-vaccin en is gebaseerd op een verzwakt verkoudheidsvirus. Aan de ontwikkeling van dit ‘Leidse’ vaccin draagt de Amerikaanse overheid ongeveer een half miljard dollar bij. Ook in dit geval wordt de productie alvast opgestart voordat de testresultaten bekend zijn. Doel is eind 2021 wereldwijd 1 miljard doses te kunnen produceren. Ondanks de veelbelovende berichten is nog niet te zeggen of en wanneer er een adequaat vaccin zal komen, en wanneer dat daadwerkelijk in voldoende mate wereldwijd beschikbaar zal zijn. In de jacht op het vaccin wil de Europese Commissie de strenge regels voor genetische modificatie in de Europese Unie tijdelijk opzij zetten voor een coronavaccin of -medicijn. Binnen een paar weken zal het Europarlement hierover stemmen, waardoor de versoepeling mogelijk nog deze zomer in werking treedt. Het kan een impuls geven aan de biotechnologiesector in Europa, en wellicht de ontwikkeling van het vaccin iets versnellen. Met de huidige enorme budgetten en gegeven de – steeds verdere – stand van wetenschap en techniek, is aannemelijk dat er op enig moment een efficiënt en veilig vaccin beschikbaar zal komen, ook al kan het nog enkele jaren duren. Toch zijn er geen garanties. Zo is er bijvoorbeeld nog altijd geen vaccin tegen HIV ondanks de grote researchinspanningen in ruim 30 jaar. Zolang er geen coronavaccin is, zal veel aandacht uitgaan naar medicijnen tegen corona.

 

Een succesvol medicijn is Remdesivir van Gilead Sciences gevestigd in Californië. Het medicijn was oorspronkelijk ontwikkeld als virusremmer tegen Ebola. Coronapatiënten die ermee herstellen doen dat gemiddeld vier dagen eerder en de kans op overlijden is 62% kleiner in vergelijking tot standaardzorg. Het middel is recent in Europa voor één jaar goedgekeurd door de Europese Commissie voor patiënten in het ziekenhuis met longontsteking en extra zuurstof nodig hebben. De registratie geldt op voorwaarde dat de fabrikant dit jaar aanvullende onderzoeksresultaten en informatie over de productie aanlevert.

 

Er is wereldwijd veel vraag naar Remdesivir, waarbij geprobeerd wordt de huidige beperkte voorraad aan te vullen door het opschalen van de productie. Inmiddels zijn 500.000 doses Remdesivir opgekocht door de Verenigde Staten. Dat is de volledige productie van juli plus 90% van de productie van augustus en september. Gilead Sciences maakte eerder afspraken met producenten in Egypte, India en Pakistan. Deze mogen het middel nu weliswaar gaan produceren en leveren aan 127 lage- en middeninkomenslanden, maar niet aan hoge inkomenslanden. Een ander medicijn waarvan veel wordt verwacht is dexamethason, een ruim 50 jaar bestaand middel tegen misselijkheid, bepaalde vormen van kanker en ernstige ontstekingen. Het is goedkoop en ruim voorradig. In een (nog niet gepubliceerd) Brits onderzoek zou dit geneesmiddel het sterftecijfer met ongeveer een derde verlagen van de meest zieke coronapatiënten die aan de beademing liggen. In medische kringen is de nieuwe toepassing zeer positief onthaald.

 

Tenslotte noemen we het geneesmiddel Tocilizumab dat wordt verkocht door Roche als Actemra, een bestaand reumamiddel. Na een succesvolle eerste proef op 129 coronapatiënten met ernstige longontsteking volgt een tweede – wereldwijd – onderzoek onder 450 dergelijke patiënten, waarbij het medicijn zal worden gecombineerd met Remdesivir. Algemeen verwacht men dat het middel de extreme afweerreactie goed kan verminderen die het virus veroorzaakt bij deze groep patiënten.

9 Bedreigingen

In de huidige periode zonder vaccin veroorzaakt het coronavirus mondiaal grote problemen. De indamming ervan stelt de verschillende landen voor grote maatschappelijke opgaven. Brandhaarden zullen we in deze periode blijven zien, vermoedelijk zelfs in een aaneenschakeling. Vaak ontstaan ze door te vroege of te ruime versoepelingen maar ook door negeren van de regels en adviezen. In meerdere landen waar dankzij tijdige maatregelen het virus leek te zijn overwonnen, blijkt het virus toch gemakkelijk vanuit andere landen weer opnieuw te kunnen worden ingevoerd. Mondiaal gaat het regelmatig mis, en wordt er op verschillende manieren gereageerd op uitbraken. Zo leidde een uitbraak een paar weken geleden in Beijing (China) meteen tot een harde lokale lockdown en lijkt goed te zijn ingedamd. In Duitsland werd het gebied rondom een slachterij in het stadje Gütersloh in Noordrijn-Westfalen volledig geïsoleerd nadat bij meer dan duizend werknemers een besmetting was vastgesteld. In Nieuw Zeeland waar het virus geheel uitgebannen leek door een strenge quarantaineverplichting voor alle uit het buitenland komende reizigers, was er toch een lokale uitbraak na een begrafenis. Er was – tegen de regels – aan één persoon toestemming gegeven om de quarantaine over te slaan. De uitbraak die prompt volgde leidde tot aftreden van de minister van volksgezondheid.

 

In Israël is begin juni een tweede golf ontstaan die zelfs veel heviger werd dan de eerste. Oorzaak is het besluit om de economie in één klap open te gooien vanuit een strenge lockdown. Het aantal besmettingen liep meteen razendsnel op, maar de politieke had maand lang meer aandacht voor andere problemen. Pas begin juli heeft men ingegrepen. Verder kreeg het zuidoosten van Australië te maken met een tweede golf van exponentiële groei van de besmettingen. Het gevolg is een lockdown van Melbourne en afsluiting van de grenzen van de deelstaat Victoria. In Zuid-Korea duiken er steeds weer kleine brandhaarden op evenals in Spanje. In beide landen wordt snel gereageerd met beheerste lokale maatregelen. Maar op kleine schaal blijven de besmettingen doorgaan, zoals in de meeste landen.

 

In de Verenigde Staten is sprake van een grote tweede golf. De eerste uitbraak, die in april piekte in enkele staten aan de westkust en rond New York, was goed onder controle door strikte maatregelen. Maar daarvoor in de plaats is er in juni een opleving gekomen in Californië en in de zuidelijke staten die eerst relatief ongeschonden leken, zoals o.a. Texas, Florida en Arizona. Deze opleving van het aantal besmettingen is toe te rekenen aan het beleid van de betreffende staten die te vroeg besloten tot versoepeling. Die versoepelingen worden nu weer teruggedraaid, maar in sommige staten nog niet volledig. Viroloog Anthony Fauci, de belangrijkste medische adviseur van het Witte Huis in deze crisis, zei recent in een hoorzitting voor de Senaat niet verbaasd te zijn als het aantal nieuwe infecties in de Verenigde Staten ruim zou verdubbelen tot 100.000 per dag. Hij uitte zijn ongenoegen dat er onvoldoende aandacht was voor de richtlijnen bij het heropenen van de economie, maar ook dat mensen weer teveel samenkomen zonder gezichtsmaskers te dragen. Fauci weersprak de opmerking van president Trump dat het aantal corona-infecties alleen stijgt door de grotere hoeveelheid tests. Hij waarschuwt voor teveel optimisme: “Het aantal doden volgt altijd met enige vertraging het aantal besmettingen”. Fauci stelt dat er juist meer getest zal worden en niet minder, in reactie op Trump’s claim dat hij zijn regering had gevraagd het testen te beperken. Naast zijn advies om drukke menigten te vermijden, benadrukte Fauci het “extreme belang” van het dragen van gezichtsmaskers op die plaatsen. Hij bepleit een grotere productie van maskers van hoge kwaliteit die gratis beschikbaar moeten komen voor het Amerikaanse publiek. In de hoorzitting werden specifiek jongeren opgeroepen om mondkapjes te dragen.

 

Niet alleen in de Verenigde Staten maar overal ter wereld zijn er overheden op zoek naar mogelijkheden om de verspreiding van het virus te voorkomen, tegen zo min mogelijk economisch nadeel. Naast het stimuleren van onderzoek naar vaccins, geneesmiddelen en testen, gaat het om mogelijkheden op het terrein van de gedragsbeïnvloeding en de techniek. Zo kunnen we meer onderzoek verwachten naar het zuiveren van lucht in gebouwen en vervoermiddelen door middel van filteren, ventilatie, of desinfecteren met UV-straling. Als die resulteren in eenduidige technische richtlijnen, of zelfs wettelijke normeringen, kan dat bijdragen aan meer acceptatie van de regelgeving. Dat kan in bepaalde kringen onvrede en onbegrip wegnemen over bijvoorbeeld de vraag waarom mensen wel dicht op elkaar mogen zitten in vliegtuigen, maar niet in de horeca. In het verlengde daarvan zal meer onderzoek naar het precieze effect van gezichtsmaskers van verschillend kwaliteitsniveau waarschijnlijk leiden tot meer acceptatie bij een bredere aanbeveling van mondkapjes of zelfs verplichtstelling.

 

Een groot probleem bij gedragsbeïnvloeding (anderhalve meter, handen wassen, mondkapjes) is de preventieparadox. Zodra door goede preventie de persoonlijke dreiging voor iemand te laag is geworden, vervalt al snel de motivatie om zich te houden aan de voorschriften of adviezen. Uit recent gedragsonderzoek van het RIVM blijkt inderdaad dat het publiek zich feitelijk steeds minder aan de coronaregels houdt, en ook dat men steeds minder instemt met die regels. Wellicht gaat de overheid met meer voorlichtingscampagnes proberen de naleving te verbeteren. Mogelijk zullen er diverse soorten campagnes komen, om uit te proberen welke vorm van gedragsbeïnvloeding het beste werkt.

 

Het heeft maanden geduurd, maar inmiddels zijn virustesten ruim beschikbaar. Het lijkt erop dat op korte termijn de productie en de behandelingscapaciteit moeilijk nog veel verder kunnen worden opgeschaald. Bij maximale beschikbaarheid zou iedereen die dat wil zich periodiek kunnen laten testen, bijvoorbeeld tweewekelijks. Het kan attractiever worden gemaakt door overheidssubsidie of zelfs door ze gratis aan te bieden. Een verplichtstelling zou denkbaar zijn voor toegang tot bijvoorbeeld horeca, vliegvelden, voetbalwedstrijden. De kosten zouden enorm zijn, voor de Verenigde Staten alleen al meerdere honderden miljarden dollars. Maar het is vermoedelijk minder kostbaar dan de economische schade van terugkerende lockdowns.

 

Zelfs als er eenmaal een vaccin is, zal het virus nog voor problemen kunnen zorgen. Aanvankelijk kunnen landen tegen elkaar kunnen gaan opbieden, of hun nationale productie eerst voor zichzelf claimen. Het zal leiden tot spanningen tussen landen. Maar ook tussen groepen binnen landen, om te bepalen welke groepen voorrang krijgen. En nadat het vaccin eenmaal voldoende voorhanden is, zullen er ook mensen zijn die om uiteenlopende redenen een inenting juist afwijzen. Dat kan wellicht noodzaken om de bevolking te stimuleren tot een voldoende hoge vaccinatiegraad, teneinde de gewenste groepsimmuniteit te verkrijgen zodat het virus zich niet meer verspreidt. Hoe hoog die vaccinatiegraad precies moet zijn, zal proefondervindelijk moeten blijken. Daarbij speelt de effectiviteit van het vaccin een rol. Stel dat een bepaald vaccin bijvoorbeeld slechts 70% van de mensen beschermt, en bijvoorbeeld slechts 80% van de bevolking zich heeft laten inenten, dan is uiteindelijk slechts 56% effectief immuun. Zou vervolgens blijken dat een groepsimmuniteit van bijvoorbeeld 60% is vereist om verspreiding van het virus te stoppen, dan zou ofwel moeten worden omgekeken naar een beter (meer effectief) vaccin, ofwel de vaccinatiegraad worden verhoogd.

 

Dat laatste zal heel lastig zijn, aldus viroloog Anthony Fauci in een recent interview, omdat volgens een recente Amerikaanse opiniepeiling een derde deel aangaf geen vaccinatie te willen. Hij wijt dat aan een algemeen heersend anti-wetenschap, anti-autoriteit en anti-vaccin gevoel. Hij suggereert dat er heel veel moet gebeuren om de mensen de waarheid achter vaccins uit te leggen, bijvoorbeeld via opleidingsprogramma’s van de overheden met inschakeling van personen die dichtbij staan, zoals bekende sporters, lokale helden en anderen waar men tegenop kijkt. Met wat nu bekend is mogen we uitgaan van de beschikbaarheid van een adequaat vaccin in 2021 of 2022 als meest waarschijnlijke scenario. Zolang deze oplossing er niet is, zal men het moeten hebben van geneesmiddelen, massaal testen en van de verschillende vormen van beperking van de verspreiding van het virus met alle – grote of minder grote – economische schade van dien.

10 Vooruitzichten

De positieve start van het jaar 2020 werd grondig verstoord door slechts een virus waartegen de wereld nog niet bestand bleek. Er restte geen andere oplossing dan de verplaatsing van mensen en goederen stil te leggen. Daarmee werd een belangrijk deel van de economische activiteit stil gelegd. Men wilde wel, maar men mocht niet meer. De gevolgen waren en zijn dan ook zeer fors. Het lijdt geen twijfel dat bedrijven overal ter wereld deze gevolgen zullen voelen in hun omzet en in veel gevallen zal er van winst geen sprake meer zijn. Het komt erop aan om te overleven en er het beste van te maken. Hoewel de westerse regeringen en vooral de centrale banken hun inwoners massale steun hebben toegezegd, zal op microniveau dat een lokale kleine ondernemer niet helpen. En uiteindelijk zullen veel mensen, ook al is het tijdelijk, hun baan verliezen. In een aantal sectoren zal het herstel nooit of nooit meer helemaal plaatsvinden. Sommige branches zullen geleidelijk verdwijnen en sommige bedrijfssectoren zullen hooguit in afgeslankte vorm verder gaan.

 

Voor veel bedrijven zal het derde kwartaal het ‘uur van de waarheid’ zijn, nu kwartaalcijfers en eerste halfjaarcijfers publiek gemaakt (moeten) worden. Veel middelgrote en kleine ondernemingen hebben deze plicht niet, maar ook zij zullen er niet aan ontkomen om halverwege het jaar hun boeken goed tegen het licht te moeten houden. Officieel zal er nog geen sprake zijn van een recessie, maar het is de vraag of dat uitmaakt als overleven het enige doel is.

 

In Europa zullen zwaar getroffen landen met economieën die zich in een stadium bevinden waarin maatschappelijke hervormingen nog maar beperkt zijn doorgevoerd en/of de maatschappelijke uitwassen minder goed zijn bestreden, broodnodig geld nodig hebben. Het betreft hier de typische groep van landen rond de Middellandse Zee, waar de temperatuur hoger ligt en de productiviteit iets lager dan in de noordelijke landen van Europa. Ideale vakantielanden, maar daarmee tevens wat meer broos qua economische structuur. Dat Europa geen eenheid is, weten we allang. Dat het er ook niet van zal komen, heeft er alle schijn van. Tegen die achtergrond vindt de eeuwige strijd plaats tussen noord en zuid, en voor zover de Koude Oorlog zijn invloed heeft gehad, tussen west en oost. Europa moddert voort, halfbakken compromis na halfbakken compromis. Er lijkt nooit wat te zullen veranderen. Of er na dagen en nachten touwtrekken een akkoord voor een corona-herstelfonds is bereikt of niet, het zal een Europese eenheid niet dichterbij brengen, al zullen trotse regeringsleiders altijd anders betogen. Idealiter was Europa op dit moment een federatie geweest één begroting en één fiscaal stelsel, waarbij de verschillende landen uiteraard hun eigen deelbegroting hebben en hun lokale belastingen mogen innen. Europa zou als geheel dan veel gemakkelijker toegang hebben tot de wereldwijde kapitaalmarkt om zo gunstige leningen af te kunnen sluiten. Speculanten op financiële markten zouden geen kans meer hebben en de euro zou de stabiele munteenheid zijn die het behoort te zijn. Het zou de ontwikkeling van Europa in elk opzicht bevorderen.

 

De Verenigde Staten zijn de laatste vier jaar afgegleden van een wereldmacht naar een land waar de hele wereld naar kijkt als naar een ludiek schouwspel. Het buitenlands beleid van de Verenigde Staten is ingestort en stelt weinig meer voor. De Amerikaanse regering en de president worden niet meer serieus genomen. Het binnenlands bestuur kenmerkt zich door een chaos waarbij de twee belangrijkste partijen continu grondig met elkaar overhoop liggen. Drie jaar lang ging het over beïnvloeding van de presidentsverkiezingen van 2016 door vreemde mogendheden, al of niet gefaciliteerd door het campagneteam van Trump. Maar ook de Democraten hebben zich met de inmiddels 80-jarige voorzitster van het Huis van Afgevaardigden voorop (Nancy Pelosi), van hun donkerste zijde laten zien. En hoewel en beleid van de regering voornamelijk bestond uit het ‘op de winkel passen’ en het ongedaan maken van enkele maatregelen van de vorige president, heeft de Amerikaanse economie zich nog verrassend goed kunnen ontwikkelen. De al oude truc van belastingverlaging voor met name bedrijven en (steen)rijke particulieren, vormde daarvoor de katalysator. Waar Trump echter in uitblonk, is het terughalen van Amerikaanse bedrijven die overal ter wereld waren gevestigd, vaak in landen met een heel gunstig belastingtarief voor bijvoorbeeld de vestiging van het hoofdkantoor. Ook de financiële bijdragen aan supranationale organisaties en samenwerkingsverbanden werden drastisch ingekort. Dit beleid van ‘America First’ heeft Trump geen windeieren gelegd. De coronacrisis kwam dan ook als een mokerslag in het jaar waarin de president herkozen wil worden. Aanvankelijk was reactie ontwijkend door te stellen dat dit alles een hoax betrof. Maar naarmate de crisis verder om zich heen greep, waren ontkenning en apathie dominerend voor het te voeren regeringsbeleid.

 

Vaccins zullen er zeker komen, naar alle waarschijnlijkheid al in 2021. Maar ook al is er een beproefd vaccin en zijn er medicijnen tegen corona alom op goede wijze verkrijgbaar, er blijven teveel onzekerheden bestaan. Corona vereist een andere levenswijze en het is de vraag of de wereld daar mee om kan gaan. Mensen willen eigenlijk alleen maar terug naar hoe het was en dat staat een verandering flink in de weg. Van veranderingen die blijvend zijn, verloopt het proces nu eenmaal langzaam en geleidelijk. Plotselinge veranderingen hebben meer het karakter van een eendagsvlieg.

 

Tegen deze achtergrond valt het zo goed als volledig herstelde beursklimaat niet te rijmen. Het optimisme op de aandelenbeurzen, aangewakkerd door de centrale banken, die in allerijl te hulp schoten en verder gevormd door positieve vooruitzichten voor wat betreft de nabije toekomst, is schromelijk overtrokken. Dit optimisme is als een kaartenhuis dat bij de minste of geringste tegenslag in elkaar valt. Het kan niet zo zijn dat de economische werkelijkheid wordt genegeerd of beter gezegd, wordt ontkend, en de toekomst als uitsluitend rooskleurig wordt ingeschat. De aandelenbeurzen lijken hun connectie met de werkelijkheid dan ook kwijt te zijn. Dat wil overigens ook niet zeggen dat de versoepelingsmaatregelen die overal worden doorgevoerd, de financiële ondersteuning en het excessieve monetaire stimuleringsbeleid geen invloed zullen hebben. Maar dit rechtvaardigt hoe dan ook geen beursniveau dat vrijwel gelijk is aan het niveau van ultimo 2019. Op basis van die koersen zijn aandelen, tegen de huidige en binnenkort bekend te maken bedrijfswinsten veel te duur. Deze hoge koers-winstverhoudingen rechtvaardigen beslist geen koersniveau dat ligt op of rond dat van 31 december 2019. Wij gaan er vanuit dat een reëel koersniveau zich in ieder geval tien procent tot maximaal vijftien procent onder het huidige koersniveau bevindt. Dat wil niet zeggen dat de koersen met tien tot vijftien procent zullen gaan dalen, want net zo goed als zich negatieve verrassingen kunnen voordoen, kunnen we ook worden geconfronteerd met onverwachte positieve verrassingen.