Menu

Marktinzicht

1e kwartaal 2020

Inhoudsopgave

  1. Algemeen beeld
  2. Beursontwikkelingen
  3. Achtergrond

1 Algemeen beeld

‘Het kan verkeren’ (oorspronkelijk: t Can verkeeren). Zo beëindigde de vroeg 17e-eeuwse dichter en toneelschrijver Bredero bijna al zijn gedichten, waarin tussen het begin en het eind daarvan een volledige tegenstelling komt te ontstaan. Met deze woorden bedoelde Bredero dat ‘het kan veranderen’ en dat ‘de dingen niet blijven zoals ze zijn’. Zo mooi als de beursontwikkelingen in 2019 waren verlopen en in 2020 onveranderd verder gingen, zo grauw zag het beursklimaat aan het einde van het eerste kwartaal. En dit keer kwam het onheil geheel van buiten. De oorzaak lag dan ook niet in een economische verslechtering of in zorgen om de internationale handel. Evenmin lag de oorzaak in internationale geopolitieke ontwikkelingen met ernstige controverses tot gevolg en al helemaal niet in verstoringen van het valutastelsel. Ook politieke beslommeringen rond een staatshoofd of onmacht van een parlement vormden niet de oorzaak van de negatieve spiraal die vanaf 20 februari optrad.

 

Eigenlijk kan worden samengevat dat het bewust menselijk handelen niet expliciet aan de plotselinge wending ten grondslag lag. Nee, het was het besef dat begon te ontstaan, dat het menselijk leven ernstig werd bedreigd door een nieuw en onbekend virus. Om daaraan te kunnen ontsnappen, dienden zoveel mogelijk menselijke bewegingen en contacten te worden bevroren. Daarmee werden de belangrijkste elementen die aan de basis van de economie liggen, uitgeschakeld. Het lijdt geen twijfel dat van verdere groei van de (wereld)economie dan geen sprake meer kan zijn. De economie staat stil of, zoals wordt gezegd, zit op slot. Het begrip recessie is van een geheel andere orde. Daarvan is sprake indien ten opzichte van het laatste kwartaal ultimo (31 december 2019) minimaal twee kwartalen lang een krimp van de economie optreedt. Voor het eerste kwartaal van 2020 is dat vooralsnog onzeker, omdat de economieën zich tot medio maart nog ongehinderd konden ontwikkelen (groeien) en de laatste twee weken pas stil kwam te liggen. Mogelijk zal het groeicijfer over het eerste kwartaal nog niet negatief uitkomen of rond het nulpunt schommelen. Pas in de loop van de maand november, wanneer er twee volledige kwartalen zijn verstreken, zal beoordeeld kunnen worden of sprake is van een recessie en hoe diep deze is. Dat hangt helemaal af van het verloop in de komende maanden met betrekking tot de basisvoorwaarden die voor een voorspoedige economische ontwikkeling (ontdooiing van bevroren bewegingen en contacten) van belang zijn.

 

Vanaf de jaarwisseling stegen de wereldwijde aandelenkoersen tot 20 februari met 7,2%. Op zichzelf is een dergelijk groeipercentage al een heel fraai jaarrendement, maar nu werd het in slechts zeven weken bereikt. In de laatste week van februari kwam de man met de hamer langs. In een rap tempo werd het aandelenrendement naar 13,5% teruggebracht aan het einde van die maand. Maar daarbij zou het niet blijven, want toen de Coronacrisis in maart pas werkelijk uitbrak, werd een moker in plaats van een hamer gebruikt. Op 23 maart, een maand na het bereiken van een aanvankelijk hoogtepunt, was het koersniveau maar liefst 34% lager ten opzichte van dat op 19 februari 2020. Meten we het resultaat vanaf 31 december 2019 (begin van het eerste kwartaal), dan kwam dat op de dag van het dieptepunt (23 maart) uit op 29%. Na 23 maart leek het ergste leed voorlopig te zijn geleden. Hoewel er met betrekking tot het aantal besmettingen en overleden patiënten nog geen enkel lichtpunt viel te ontwaren, begonnen de aandelenbeurzen zich in de laatste week van het kwartaal flink te herstellen. Op dát moment stonden de Verenigde Staten nog aan het begin van de donkere tunnel. Het kwartaal sloot af met een resultaat van 19,2%, aanmerkelijk minder slecht dus dan het hierboven genoemde dieptepunt van -29% op 23 maart. 

 

Vanaf het begin van het nieuwe jaar zette de rente van de 10-jaars staatsleningen, na maanden voorzichtig te zijn gestegen, weer een hernieuwde gestage daling in. Begin maart werd een absoluut dieptepunt van 0,67% bereikt. Vanwege de heftige commotie die op 10 maart was ontstaan als gevolg van de ruzie tussen de belangrijkste olieproducenten Saoedi-Arabië en Rusland, gecombineerd met de heftig om zich heen grijpende Coronacrisis, stortten alle effectenbeurzen over heel de wereld op 11 maart in elkaar. De 10-jaars rente vloog scherp omhoog waardoor de obligatiekoersen fors daalden. En hoewel in de tweede helft van de maand maart het rentebeeld zich herstelde, kon niet worden voorkomen dat het rendement van euro-staatsleningen van de landen in de Eurozone met een gemiddelde looptijd van 5 tot 7 jaar over het gehele kwartaal een daling vertoonde van 0,42%.

2 Beursontwikkelingen

Een grafische weergave van de meest belangrijke beursindices laten een eenduidig beeld zien: vanaf februari doken de koersen omlaag en behaalden alle indices een rendement van tussen de -10% en -30%. Toch is het opvallend bij dat bepaalde beursgraadmeters de verliezen beperkt bleven tot een rendement van -10%, terwijl het resultaat van anderen bijna drie keer zo slecht was.

 

Zo is het de Shanghai Stock Exhange, de Chinese index uit het land waar het coronavirus als eerste op grote schaal uitbrak, dat het minste verlies heeft geleden in het eerste kwartaal. Door de verregaande maatregelen, die door de Chinese overheid werd opgelegd, kreeg het land het virus onder controle. In maart werden vele fabrieken weer geopend en konden veel Chinezen weer naar het werk. Dit zorgde voor een onverwachte opleving van de Chinese industrie. De inkopersindex, een indicator van de industriële activiteit, liet voor maart zelfs zien dat er sprake was van groei.

 

Ook de Nasdaq, de Amerikaanse technologie-index, vertoonde een beperkter verlies dan zijn Amerikaanse broertjes, de S&P500 en de Dow Jones. Dit onderscheid zit vooral in bepaalde technologie en farmaceutische bedrijven, die juist wél een zeer goede performance hebben laten zien in de afgelopen drie maanden. Zo profiteerde Netflix (de online streamingdienst) en Amazon (een van de grootste en oudste webwinkels ter wereld) van de zelf-isolatie-maatregelen die wereldwijd zijn ingevoerd. Deze giganten behaalden respectievelijk 16% en 6% rendement in het eerste kwartaal. Maar farmaceutische bedrijven zoals Gilead Sciences en Regeneron Pharmaceuticals kregen door hun inspanningen voor de productie van een medicijn of test-kits voor het coronavirus helemaal een boost met een rendement van respectievelijk 15% en 31% over het eerste kwartaal.

  

  

Hetzelfde effect was zichtbaar voor de Zwitserse index, die met als drie meest zwaarwegende bedrijven Roche Holding, Novartis en Nestlé de verliezen binnen de perken wist te houden.Een versterking van de Zwitserse frank gaf de index nog een extra zetje.

 

De grootste verliezer van het kwartaal was de Britse index, de FTSE 100. Deze index bevat zwaargewichten zoals Royal Dutch Shell en BP. Deze oliemaatschappijen werden al getroffen doordat wereldwijd het personen (vlieg)verkeer abrupt tot stilstand kwam, maar ook het transport van goederen afnam. De OPEC-landen stelden daarom voor om de olieproductie langzaam terug te schroeven, zodat de daling van de olieprijs werd gestuit. Rusland speelde dit spel echter niet mee, waarop Saudi-Arabië de kont in de krib gooide en tegenovergestelde deed en juist de olieproductie opschroefden. De olieprijs kelderde verder, waardoor de beurzen, maar de oliemaatschappijen in het bijzonder ernstig getroffen werden.

 

Tevens is de pond sterling ten opzichte van de euro met zo’n 5% gedaald, waardoor het verlies van de Britse index in euro’s, zoals weergegeven in de grafiek, groter wordt. Wanneer dit valuta-effect niet wordt meegerekend, was het resultaat van deze Britste index gelijk aan die van Duitsland en Frankrijk.

 

Ook de Dow Jones valt op, dat met een verlies van 23% over het eerste kwartaal, beduidend slechter presteerde dan de andere Amerikaanse indices. De Dow Jones is echter een index met maar 30 toonaangevende bedrijven en wanneer enkele van deze bedrijven grote verliezen maken, heeft dit een groter effect op de gehele performance van de index vergeleken met een S&P500, dat bestaat uit 500 beurgenoteerde bedrijven. Het verlies van de Dow Jones kan dan ook voornamelijk worden teruggeleid naar de oliemaatschappijen ExxonMobil en Chevron Corporation die beiden een verlies maakten in het eerste kwartaal van respectievelijk 46% en 43%. Maar het was Boeing dat het grootste verlies had te betreuren. Het bedrijf verloor in het eerste kwartaal 54% van zijn beurswaarde.

3 Achtergrond

Het is niet de eerste keer dat een virus de beleggers in zijn greep krijgt. Nadat het SARS-virus, dat in 2002 de wereld de adem deed inhouden, uitgewoed was, noteerde de Amerikaanse Standard & Poor 500-Index per saldo een winst van 14,59%. Iets vergelijkbaars deed zich voor in 2006, toen het vogelgriepvirus rondwaarde: in de eerste zes maanden na de uitbraak steeg dezelfde S&P 500-Index met 11,66%. Het later voorbeeld dateert uit het voorjaar van 2009. Toen zette de wereld zich schrap voor de Mexicaanse griep. In diezelfde periode lieten de beurzen de eerste tekenen van herstel zien na de crash van 2008. In die periode van het begin in maart 2009 tot het einde van de pandemie in augustus 2010, behaalde de S&P500 een resultaat van 51%.

 

Een pandemie van veel verstrekkender gevolgen was de Spaanse griep. Deze eiste in de periode van begin 1918-1919 naar schatting wereldwijd 20 tot 100 miljoen levens van -in tegenstelling tot andere griepepidemieën- jongvolwassenen. Een ramp in een tijd waar er al zoveel jonge mannen in Europa waren overleden als gevolg van de Eerste Wereldoorlog. Opvallend is echter dat de impact van de Spaanse griep op de Amerikaanse beurzen zeer beperkt was, ondanks dat er in die tijd ook zeer veel bedrijven in de problemen raakten door een tekort aan arbeidskrachten en verlaagde vraag naar producten. De Dow Jones steeg gestaag in 1918 en in de periode van februari 2019 tot december 2019 met maar liefst 50%. Het einde van de Eerste Wereldoorlog zal uiteraard hebben bijgedragen aan deze stijging.

 

De bovenstaande historische gebeurtenissen geven weer dat het aannemelijk is dat de aandelenmarkten weer in volle vaart omhoog kunnen vliegen, zodra het virus onder controle is. Uitsluitsel over wanneer dit zal zijn, kan niemand precies geven, hoewel er op verschillende gebieden hoopvolle ontwikkelingen zijn.

 

Deze coronacrises heeft niet alleen gezorgd voor een grote klap op de financiële markten, maar heeft ook gezorgd voor een maatschappelijk impact, die doordringt tot de kleine zaken van ons dagelijks leven, die maar enkelen van ons eerder hebben meegemaakt. Grote beursdalingen zijn echter veel voorkomend. Een overzicht daarvan hebben we in onze rapportage over het vierde kwartaal van 2019 opgenomen. In de onderstaande grafiek is nu ook het resultaat van het eerste kwartaal van 2020 verwerkt.

 

Duidelijk mag zijn dat we in het eerste kwartaal van 2020 een sterke beursdaling hebben meegemaakt, maar dat deze nog niet eens behoord tot de top 10 zwaarste beursdalingen van de afgelopen 100 jaar. Bovendien hebben we nu nog maar één kwartaal achter de rug en hebben we nog drie kwartalen te gaan! De bovenstaande voorbeelden illustreren dat er zicht is op controle over deze pandemie en dat de beurzen hier onmiddellijk op zullen gaan reageren. Het is dus allerminst zeker dat we dit jaar met negatieve rendementen zullen afsluiten.