Menu

Marktinzicht

1e kwartaal 2018

Inhoudsopgave

  1. Beursontwikkelingen
  2. Het Facebook schandaal
  3. Internationale handelsspanningen
  4. De verhouding tussen Rusland en het Westen
  5. Vooruitzichten

1 Beursontwikkelingen

Nagenoeg alle aandelenbeurzen startten in het nieuwe jaar zeer positief, vooral gedreven door de technologie. Nadat de maand januari was verstreken, kwam op niet geringe wijze de klad in deze euforie. In de Verenigde Staten bleken eind januari de loonkosten meer te zijn gestegen dan waarmee rekening werd gehouden. Zou dan toch het inflatiespook op de loer liggen? Al geruime tijd leeft de wereld met een zeer geringe inflatie en hopen de centrale banken op een loon/prijsstijging waardoor het voor hen mogelijk wordt om de in eerdere jaren massaal opgekochte leningen terug de markt in te sluizen. De financiële markten reageerden echter als door een wesp gestoken. Zou dit het einde betekenen van het feest met lage rentes waarvan beleggers al zovele jaren hebben genoten? Die eerste vrijdagmiddag van februari tekenden zich inktzwarte wolken boven de effectenbeurzen van New York af.

 

Europa was al enkele dagen eerder in mineur vanwege herhaaldelijk ongunstig nieuws inzake de Brexit. In een uitgelekt vertrouwelijk rapport van de Engelse regering stond vermeld dat de Britten sowieso flink te lijden zouden hebben onder de Brexit. De berekende economische groei voor de komende vijftien jaar ligt in het geval de Britten geen deel meer uitmaken van de EU volgens dit rapport circa 5% lager dan wanneer Groot-Brittannië binnen boord zou blijven. Een week eerder had de Bank of England al openbaar gemaakt dat de Brexit de Britten tot nu toe al tientallen miljarden ponden heeft gekost. Niet alleen de Engelse beurs had onder dit nieuws te lijden, ook de aandelenbeurzen op het vasteland van Europa werden in een negatief sentiment meegezogen.

 

 

Toen de nieuwe werkweek op maandag de 5e februari aanbrak was er al gauw geen houden meer aan. Beursinsiders spraken al direct van Black Monday, refererend aan de befaamde maandag de 19e oktober van het jaar 1987. Dat werd het gelukkig niet; de meeste van deze beursinsiders waren immers nog te jong om deze dag als professional meegemaakt te kunnen hebben. Maar in de week die volgde werd een flinke ravage aangericht. In amper acht dagen verdampte 7,7% van de wereldwijde beurswaarde. Een dergelijke koersbeweging was al lang niet meer voorgekomen.

 

In de bovenstaande grafiek is de ontwikkeling van de verschillende internationale aandelenbeurzen in euro’s weergegeven. Dit is gedaan om, zoals in de toelichting op de rapportage van eerdere kwartalen is vermeld, de vergelijkbaarheid van de effectenbeurzen zo goed mogelijk weer te geven in het deel van de wereld (Eurozone waar wij leven, wonen en werken.

 

Terwijl we in de afgelopen kwartalen te maken hadden met een relatief rustig en stabiel (stijgend) koersverloop, brak het eerste kwartaal van 2018 met deze trend. Hoewel de maand januari nog zeer positief verliep, werden de internationale markten in februari en maart gekenmerkt door een hoge mate van volatiliteit (beweeglijkheid) van de koersen. Die toegenomen beweeglijkheid werd vooral veroorzaakt door de hierna genoemde drie oorzaken.

 

2 Het Facebook schandaal

Een van de oorzaken van de sterke koersdalingen was de ophef rondom verschillende bedrijven uit de technologiesector. Als eerste raakte Facebook in opspraak. Het social media platform met zo’n 2,2 miljard actieve gebruikers kwam vorig jaar al negatief in het nieuws omdat het niet heeft kunnen voorkomen dat in de strijd rond het Amerikaanse presidentschap in 2016 vele van oorsprong Russische Facebook profielen waren aangemaakt om onrust te zaaien en manipulerende advertenties te verspreiden. In de afgelopen weken is gebleken dat er gegevens van vele miljoenen Amerikaanse Facebookprofielen in 2014 en 2015 in handen zijn gekomen van Cambridge Analytica; een bedrijf dat later door het team van Donald Trump is ingehuurd in de strijd om het presidentschap te winnen.

 

Dit bedrijf heeft gebruik gemaakt van de gegevens van deze Facebookgebruikers zoals hun woonplaats, opleidingsniveau, hun favoriete merken en winkels en lidmaatschappen van bepaalde groepen om deze gebruikers met zeer geraffineerde en persoonlijke berichten te beïnvloeden in hun stemgedrag. Hoewel het inzetten van deze gegevens voor dit soort doeleinden is toegestaan, wordt Cambridge Analytica door Facebook ervan beticht de gegevens van de miljoenen Facebookgebruikers op een oneigenlijke wijze te hebben verkregen.

 

Maar ook Facebook kwam in het nauw omdat zij moesten toegeven dat zij al langer wisten van dit gigantische data lek, maar dit hebben stilgehouden en te weinig stappen hadden ondernomen om te zorgen dat deze gegevens door Cambridge Analytica verwijderd zouden worden. Alle commotie leidde ertoe dat de oprichter en CEO van Facebook, Mark Zuckerberg, eerst ten opzichte van de pers en afgelopen week in zowel het Congres als het Huis van Afgevaardigden zich moest verantwoorden. Ondanks dat Zuckerberg tijdens de hoorzitting niet altijd transparant was, leek de belegger wel gerustgesteld. Waar op de zwartste dag voor Facebook op 27 maart 16% van het aandelenkapitaal was verdampt ten opzichte van het begin van dit jaar, stond na de hoorzitting Facebook op -8%.

 

Ook Tesla zat in zwaar weer nadat een zelfrijdende auto van Tesla was betrokken bij een dodelijk ongeluk. Onduidelijk is nog of de ‘automatische piloot’ in de auto geactiveerd was. Daarnaast verlaagde de kredietbeoordelaar Moody’s de kredietwaardigheid van Tesla, dat kampt met een tegenvallende productie en tegelijk ook krap bij kas zit.

 

Tenslotte lijdt Amazon onder een aantal dreigende tweets van president Trump.
Amazon wordt door Trump ervan beticht de gewone winkelier in het winkelcentrum of de winkelstraat kapot te maken en te profiteren van een te voordelige deal met de Amerikaanse postmaatschappij. Dit wordt door Amazon echter ontkend.

 

In de afgelopen jaren waren technologie aandelen een aanjager van beursgroei. Beleggers profiteerden en masse van de winstgevendheid van bedrijven zoals Google, Apple, Amazon of Facebook. En ook bij consumenten leek de tevredenheid over vernuftige vernieuwingen zoals een iPhone, die ontgrendeld kan worden door middel van het scannen van je gezicht, of een dienst van Amazon, waarmee de bezorger van het pakketje door middel van een speciaal slot de woning kan betreden om een pakketje te bezorgen, de bezorgdheid over hun privacy te overtreffen.

 

De technologiebedrijven zelf liepen ook niet voorop om hun online platformen, app stores of cloud-servers te beveiligen of om klantgegevens te beschermen. Die klantgegevens zijn immers het verdienmodel voor vele technologiebedrijven. Er is echter een omslag gaande: het grootschalige data lek bij Facebook heeft duidelijk gemaakt hoe gemakkelijk privacygevoelige gegevens van consumenten in handen kunnen vallen van organisaties, die deze gegevens willen gebruiken voor eigen doeleinden.

 

De consument lijkt zich ervan bewust te worden hoeveel een bedrijf zoals Facebook van hem weet. Vanuit de consument en vanuit overheden klinkt steeds harder de roep voor meer regulering in de technologiesector en ook het machtige Facebook lijkt zich ervan bewust te zijn dat het beter maar kan meewerken met opgelegde (privacy)wet- en regelgeving.

 

Waar in de afgelopen tijd de winsten die werden behaald in de technologiesector door nieuwe ontwikkelingen en inventies de gehele markt versterkten, trok in het afgelopen kwartaal de verlieslijdende technologiegraadmeter Nasdaq de rest van de aandelen mee naar beneden. Beleggers zien deze roep om meer regulering met argusogen aan, omdat meer regulering ten koste zou kunnen gaan van de winstgevendheid van bedrijven.

3 Internationale handelsspanningen

America First! Het was een belangrijke bouwsteen in Trump’s verkiezingscampagne en ook in het presidentiële beleid klinkt deze slogan nog dagelijks door. Waar Trump onder andere op wijst, is het omvangrijke handelstekort van Amerika met de rest van de wereld en met name met China. Zijn waarneming dat er (vooral in de traditionele industrie) in de loop der jaren een groot aantal Amerikaanse banen verloren is gegaan, is eveneens correct. Zodoende is het alleen al vanuit electoraal perspectief te begrijpen dat hij de groep die hierdoor getroffen is, de helpende hand wil toesteken. Verder is hij persoonlijk rijk geworden met een grove (en vooral lawaaierige) stijl van zakendoen. Zodoende is het niet verbazingwekkend dat hij onlangs twitterde dat hij het buitenland zou treffen met importheffingen op staal (25%), aluminium (10%) en een aantal andere producten.

 

Later nuanceerde Trump zijn uitspraken en liet weten dat het hem met name om China te doen was. Op hun beurt lieten de Chinezen weten ditzelfde spelletje ook te kunnen spelen en stelden heffingen van 25% op o.a. Amerikaanse sojabonen, auto’s, chemische producten en vliegtuigonderdelen in het vooruitzicht. Daarmee zou de handelsoorlog een feit zijn.

 

Wat is een handelsoorlog?

Het is een conflict tussen staten waarbij men probeert elkaar te treffen door economische sancties op te leggen. Thans bewapent men zich met importheffingen, maar er zijn ook andere middelen zoals het subsidiëren van de eigen industrie of het manipuleren van de wisselkoers. Handelsconflicten zijn van alle tijden. De laatste echte grote handelsoorlog dateert van rond 1930, toen regeringen probeerden de Grote Depressie voor hun eigen land te bezweren door tariefbarrières op te werpen. Achteraf zijn economen het erover eens dat deze reflex de crisis waarschijnlijk alleen maar verdiept heeft. Ook later hebben zich – zij het op bescheidener schaal – handelsoorlogen voorgedaan. Zo hebben bijvoorbeeld Europa en de Verenigde Staten een aantal keren overhoop gelegen over de staalproductie en heeft Barack Obama in 2009 het dumpen van Chinese autobanden op de Amerikaanse markt een halt toegeroepen door ze te belasten met stevige importheffingen. Dit werd door de Chinezen beantwoord met hoge invoerrechten op Amerikaanse kip en uiteindelijk werden de verhoudingen via het diplomatieke kanaal weer genormaliseerd.

 

De belangrijkste oorzaak van handelsoorlogen is onevenwichtigheid. Deze komt tot uitdrukking in de handelsbalans waarbij (afhankelijk vanuit wiens perspectief je het bekijkt) omvangrijke overschotten of tekorten optreden, waarbij het ene land voordelen geniet ten koste van het andere. Het ideale correctiemechanisme hierbij is een vrije wisselkoers. Het importerende land moet immers valuta van het exporterende land kopen om haar goederen te kunnen betalen. Als de waarde van het goederenverkeer over en weer min of meer gelijk is, blijft de wisselkoers stabiel. Als de één echter veel meer inkoopt bij de ander dan andersom, ontstaat een excessieve vraag naar de munt van het exporterende land, waardoor deze duurder wordt. Zodoende worden de producten van het exporterende land duurder, neemt de vraag vanzelf af en wordt het evenwicht hersteld.

 

Tussen China en de Verenigde Staten is echter geen sprake van een vrije wisselkoers: de ruilverhouding tussen de yuan en de Amerikaanse dollar wordt – zij het met een beperkte bandbreedte – vastgesteld door de Chinese overheid. De Amerikanen beschuldigen China ervan hun munt op deze manier kunstmatig goedkoop te houden, waardoor bijvoorbeeld de Chinese staalindustrie de Amerikaanse oneerlijke concurrentie zou aandoen. Voor een deel is dit wel zo, maar even zo goed is het een economische realiteit dat je daar moet produceren, waar het het goedkoopst is.

 

Hoe nadelig is een handelsoorlog voor de economie?

Zoals hierboven reeds aangestipt, zijn economen het er over het algemeen over eens dat een handelsoorlog alleen maar verliezers kent. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft becijferd dat doorzetten van huidige conflict tussen de Verenigde Staten en China de wereldhandel met circa 3% zou schaden en de groei van de wereldeconomie als geheel circa 1% lager uitvalt. Dit zou natuurlijk vooral China en de Verenigde Staten raken, maar dat is niet het enige. Een bijkomend effect is de negatieve invloed op vertrouwensfactoren, waarbij Europa niet buiten schot zou blijven. Als we bedenken dat de crisis van 2008 extra lang geduurd heeft door het telkens maar weer achterwege blijven van vertrouwensherstel, is duidelijk dat deze factor beslist niet veronachtzaamd moet worden. Dat de vertrouwensfactoren nu al licht afnemen, is overigens vooral toe te schrijven aan een natuurlijke correctie op de extreem hoge niveaus van rond de jaarwisseling. Het leidt er evenwel toe dat de ECB nog steeds bang is voor een mogelijke economische terugval en zich voor het moment nog niet druk maakt over inflatie.

 

Hoe gaat het nu verder?

Wat we nu weten, zijn twee dingen: Trump krijgt van alle kanten ingefluisterd dat de Amerikaanse staalindustrie op korte termijn wellicht enig profijt heeft van een handelsoorlog, maar dat bijvoorbeeld de sojaboeren er juist door getroffen zouden worden. Daarbij hebben een aantal bedrijven, zoals bijvoorbeeld Ford, al aangekondigd dat zij productie naar China zullen verplaatsen om zich te beschermen. Objectief gezien is het niet verstandig dus om dit gevecht aan te gaan. Verder heeft de wereld inmiddels geleerd dat het Trump’s stijl is om te beginnen met lompe retoriek en er uiteindelijk toch onderhandeld blijkt te kunnen worden.

 

Zodoende lijkt de verwachting gerechtvaardigd dat de soep ook dit keer minder heet gegeten gaat worden dan zij werd opgediend en partijen ook hier de weg naar de onderhandelingstafel zullen vinden. Afgezien daarvan zou minder onrust, zeker als het onnodig is, de belegger goed uitkomen.

4 De verhouding tussen Rusland en het Westen

Het is inmiddels al bijna een halve eeuw geleden dat de spectaculaire ontmoeting tussen de Amerikaanse president Richard Nixon en de leider van de toenmalige Sovjet-Unie, Leonid Brezjnev in 1972 plaatsvond, destijds voorbereid door de belangrijkste architect van de Amerikaanse buitenlandse politiek, Henry Kissinger. Deze geniale ‘stunt’, zoals het toentertijd werd gezien, luidde een ‘detente’ (periode van ontspanning) in tussen Amerika en de Sovjet-Unie en maakte een einde aan de Koude Oorlog.

 

De relatie tussen Amerika en de Sovjet-Unie is daarna in wisselende mate redelijk goed gebleven. De val van de Sovjet-Unie werd ingeluid door de politiek van perestrojka (hervorming) en glasnost (openheid) van de laatste communistische maar hervormingsgezinde partijleider Michail Gorbatsjov. Na de val van de Sovjet-Unie eind 1991 raakte de Russische Federatie, dat voor de Sovjet-Unie in de plaats was gekomen, onder Boris Jeltsin verder in verval. Veel van de aan de rand van de eerdere Sovjet-Unie gelegen landen verklaarden zich zelfstandig waardoor uiteindelijk het kernland Rusland resteerde, toen in een combinatie met Oekraïne. Wit-Rusland en Kazachstan bleven dictatoriale staten die in een nauwe verbintenis met Rusland bleven staan.

 

In november 2013 weigerde de toenmalige president van de Oekraïne, Janoekovitsj, het associatieverdrag met de Europese Unie te tekenen, omdat hij wilde voorkomen dat zijn land Rusland als trouwe bondgenoot zou verliezen. Dit vormde de aanleiding voor de omvangrijke Euromaidan protesten van het Westersgezinde deel van de bevolking die in februari 2014 uitliepen op een door de Verenigde Staten georganiseerde opstand waarbij vele doden en gewonden vielen. President Janoekovitsj werd door de opstandelingen afgezet en vluchtte naar Wit-Rusland. Het pro-Russische deel van de bevolking, tezamen met de etnische Russen in het oostelijke gedeelte van Oekraïne en op de Krim, waren het met de gang van zaken niet eens en protesteerden tegen de nieuwe regering. Al gauw werd het Russisch-gezinde deel van de bevolking in Oost-Oekraïne aangeduid als separatisten of rebellen. De Krim riep op 11 maart 2014 de onafhankelijkheid uit en vijf dagen later stemde bijna de gehele bevolking door middel van een referendum voor de aansluiting bij Rusland. De Europese Unie en Amerika erkenden het referendum niet en legden vervolgens de Russen economische en financiële sancties op waardoor Rusland economisch en politiek geïsoleerd raakte.

 

Door deze gebeurtenissen in Oekraïne en De Krim raakte de verhouding tussen het Westen en Rusland ernstig verstoord. Het werd het begin van een neerwaartse spiraal waarbij de grootmachten Amerika en Rusland steeds meer tegenover elkaar kwamen te staan. Na de Amerikaanse bemoeienis in Oekraïne en de opgelegde sancties waardoor Rusland geïsoleerd raakte, ontplooide Poetin een strategie om het Westen zoveel mogelijk dwars te zitten. Dat was mogelijk via het Midden-Oosten waar al enige jaren de instabiliteit was toegenomen als gevolg van de Arabische Lente die in december 2010 in Tunesië begon en in 2011 ook Syrië bereikte.

 

Al gauw groeide de onrust in Syrië uit tot een burgeroorlog waar ook de Verenigde Staten zich inmengde. Amerika was wel klaar met het Assad-regime, vooral toen bleek dat door de regering Assad chemische wapens waren ingezet. En zo brak een oorlog tussen twee grootmachten uit die, net als die in Vietnam in de jaren ’60 en ’70, als onderdeel van de Koude Oorlog werd uitgevochten. Assad had vrij spel en wist zich verzekerd van de steun van Poetin.

 

De relatie tussen Rusland en Syrië voert al terug op de vroegere sterke banden tussen de Sovjet-Unie en de Assad-clan. De toenmalige Sovjet-Unie verlegde in het begin van de jaren ’70 haar accent van Zuidoost-Azië naar het Midden-Oosten. In 1970 kwam Hafiz al-Assad (de vader van de huidige president Bashar al-Assad) door een coup aan de macht en werd president. Al gauw klopte de Sovjet-Unie op de deur. Met wapenleveranties werd een afhankelijkheidsrelatie tot stand gebracht die allengs uitmondde in een hechte politieke vriendschap. Syrië gaf de Sovjet-Unie alle ruimte in het Midden-Oosten zodat de Sovjet-Unie daar een machtsfactor werd waarmee de Verenigde Staten geducht rekening diende te houden. Het is dus nooit een geheim geweest dat Syrië op de steun van Rusland kon rekenen, ook na het uitbreken van de Arabische Lente.

 

De strategie van Poetin diende ook het doel om het lastige Europa te ontwrichten.Dit trachtte hij aanvankelijk te bereiken via het conflict in Syrië. Rimpelingen in de verhouding met Turkije werden door Poetin na verloop van tijd glad gestreken. De weg voor vluchtelingen naar Europa nu lag volledig open en dat is precies wat Poetin wenste. De reactie op het isoleren van Rusland door het Westen, beantwoordde Poetin dus met zijn poging Europa te ontwrichten en Amerika militair te bestrijden. Hoewel beide grootmachten grote successen behaalden in hun strijd tegen Islamitische Staat in Irak en Syrië, raakte de Verenigde Staten met haar steun aan de rebellenbewegingen in Syrië steeds meer aan de verliezende hand. Dit werd mede veroorzaakt door de ingewikkelde situatie die ontstond doordat Iran ook op het strijdtoneel in Syrië actief was, terwijl de Verenigde Staten tegelijkertijd met Iran onderhandelde over een kernwapendeal. Van de regering Obama moest deze kernwapendeal tussen de Verenigde Staten en Iran koste wat kost doorgaan, zelfs als dat vereiste om de aan Iran gelieerde terreurorganisaties ongemoeid te laten. En zo gaf Amerika zijn belangen in het Midden-Oosten stukje bij beetje op, waardoor weinig anders resteerde dan zich terug te trekken.

 

Rusland breidde de eenmaal verworven macht in Syrië echter hoe langer hoe meer uit waarop de Verenigde Staten bij monde van Obama in 2016 alle overleg met Rusland over Syrië opschortte. Hierdoor raakte Rusland ook als grootmacht in de gezamenlijke strijd tegen Islamitische Staat geïsoleerd, hetgeen er vervolgens toe leidde dat Rusland officieel stelling nam tegen Amerika door te verklaren dat het beleid van de Verenigde Staten als een bedreiging van de eigen nationale veiligheid moet worden gezien en dat er fundamentele veranderingen in de relatie tussen Rusland en de Verenigde Staten zijn opgetreden. Minister Lavrov van Buitenlandse Zaken formuleerde het officieel door te zeggen dat Moskou lange tijd strategisch geduld heeft gehad, maar dat dit geduld nu wel op geraakt is. Het beleid van de Verenigde Staten is volgens hem gebaseerd op agressieve anti-Russische sentimenten die de belangen en veiligheid van Rusland ernstig kunnen schaden.

 

Tegen deze achtergrond moeten de recente gebeurtenissen worden geplaatst omtrent de vergiftiging van Sergej Skripal en zijn dochter. Skripal is een voormalig medewerker van de Russische militaire inlichtingendienst en een voormalig Russische dubbelspion die in 2010 als onderdeel van een spionnenruil voor de tien Russische agenten werd vrijgelaten. Het zenuwgas waarmee Skripal en zijn dochter vergiftigd bleken te zijn, kon volgens de Engelse regering alleen maar gemaakt zijn door en afkomstig zijn uit Rusland. Door Rusland werd dit tegengesproken.

 

Er volgde een pijnlijke confrontatie tussen Groot-Brittannië die leidde tot een significante reductie van wederzijdse diplomatieke medewerkers en sluiting van verschillende consulaten en onderdelen van ambassades.Ook de onvoorwaardelijke steun van Rusland voor de Syrische president Bashar al-Assad leidde tot uiterst ongemakkelijke en zelfs gevaarlijke situaties. Sinds Assad in 2014 zijn voorraad chemische wapens op last van de VN-Veiligheidsraad moest laten vernietigen, hebben zijn troepen nog vele malen chloorgas gebruikt tegen burgers en rebellengroepen. Chloorgas is een betrekkelijk eenvoudig te maken wapen waar geen enorme fabrieken voor nodig zijn. Het is overigens ook niet verboden om chloorgas te bezitten. In de zomer van 2014 zei de in Den Haag gevestigde Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) dat de operatie, onder supervisie van de Nederlandse diplomate Sigrid Kaag (de huidige Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking), voltooid was. Kort daarop verschenen de eerste berichten dat Assad een deel van zijn voorraden had achtergehouden.

 

Vorig jaar kwamen bij een aanval met een chloorgasvariant opnieuw tientallen mensen in de provincie Idlib om het leven. De Amerikaanse president Trump opende op 7 april 2017 de aanval op de Syrische regering van Assad, na een plotselinge en dramatische ommekeer in zijn buitenlandse politiek. Op bevel van Trump zijn vervolgens 59 kruisraketten afgeschoten op het Syrische vliegveld nabij de stad Homs. Het was voor het eerst dat Amerika de aanval opende op de bondgenoot van Rusland. Het isolationistische buitenlandbeleid van Trump werd met de aanval volledig op zijn kop gezet, met mogelijk grote gevolgen voor de verhouding met Rusland. Ook op binnenlands terrein nam Trump eveneens een gok. Veel van zijn aanhangers voelen immers niets voor militaire betrokkenheid in Syrië, terwijl veel tegenstanders juist vóór zijn.

 

Halverwege de maand april werd tijdens het schrijven van deze toelichting naar aanleiding van een vermoedelijke aanval met gifgas van de Syrische regering op de Syrische stad Douma opnieuw een vergeldingsactie van een westerse coalitie, bestaande uit de Verenigde Staten, Groot Brittannië en Frankrijk, op militaire doelwitten in Syrië uitgevoerd. De aanval vond plaats terwijl nog niet officieel is vastgesteld of er chemische wapens zijn gebruikt en of president Assad daarvoor verantwoordelijk is. De Syrische regering ontkent dat bij de aanval op Douma gebruik is gemaakt van gifgas. De feitelijke machthebber in Syrië, Rusland, ontkende eveneens en verklaarde dat de Verenigde Staten niet het recht heeft andere landen de schuld te geven van de toestand in Syrië. De Russische ambassadeur in de Verenigde Staten, Anatoli Antonov, heeft gewaarschuwd dat de aanvallen van de Westerse coalitie op doelen in Syrië niet zonder gevolgen kunnen blijven. Het gebruik van chemische wapens en de verantwoordelijkheid daarvoor was en is ook nog niet officieel vastgesteld, maar de westerse coalitie heeft een onafhankelijke conclusie niet afgewacht. De westerse vergeldingsactie is eenmalig, benadrukte de VS-president Trump in een verklaring aan het Amerikaanse volk, waarbij hij fel uithaalde naar Rusland en Iran.

 

Gesteld kan worden dat de internationale situatie door de bovenbeschreven gebeurtenissen uiterst gespannen is, meer dan ooit tevoren. Een dergelijk gespannen situatie heeft in geen 55 jaar plaatsgevonden. Destijds was het de Cubacrisis in 1963 die de wereld in zijn greep hield. Het ligt ook niet in de verwachting dat Rusland stilzwijgend zal blijven toezien en dat maakt de nabije toekomst des te meer ongewis. Merkwaardig genoeg hebben de financiële markten op deze internationale spanningen niet heel heftig gereageerd. De bewegingen van de aandelenbeurzen zijn veelvuldig, maar in intensiteit niet extreem.

5 Vooruitzichten

Onder invloed van de beschreven omstandigheden ligt het niveau van een internationaal gespreide aandelenportefeuille op de laatste dag van de verslagperiode (31 maart 2018) op het niveau van een half jaar daarvoor, 25/26 september 2017. De dagelijkse bewegingen zijn grillig; de ene dag kan er sprake zijn van een opvallende waardestijging, terwijl de andere dag de portefeuillewaarde een verlies toont. Nu de wereld flink in beweging is, zullen we hiermee moeten leven. In alle beleggingsportefeuilles wordt een buffer aangehouden om in omstandigheden die zich onverwacht zouden kunnen voordoen, de vereiste maatregelen te kunnen nemen. De macro-economische ontwikkelingen geven in elk geval geen reden tot zorg.