Menu

Marktinzicht

4e kwartaal 2016

Inhoudsopgave

  1. Rendement en Volatiliteit
  2. Internationale beleggingsmarkten
  3. Portefeuilleontwikkeling
  4. "Make America Great Again"
  5. Het beleid van Trump
  6. Amerika’s nieuwe relatie met het buitenland
  7. Vooruitzichten

1 Rendement en Volatiliteit

Het vierde kwartaal blonk uit met een uitstekend resultaat dat voor een groot gedeelte bepalend was voor het gehele resultaat over het jaar 2016. De volatiliteit van de portefeuilles steeg licht.

 

Over het gehele jaar ontwikkelden de verschillende graadmeters voor beleggingen zich als volgt:

 
  • Maatstaf internationale aandelen       MSCI World Index          ­      8,1%

  • Maatstaf Euro staatsobligaties             EMTX 5-7 jaar                       1,5%

 

Het behaalde rendement kan afwijken van het verwacht rendement. Dit verwacht rendement hoort bij het gekozen beleggingsprofiel en is een gemiddeld rendement over een periode van tien jaar. Onderstaande tabel toont het verwacht rendement van de verschillende beleggingsprofielen.

 

Beleggingsprofiel

Verwacht rendement

A

2.8%

B

4.7%

C

5.8%

D

6.9%

E

8.0%

F

9.2%

 

Zo bedraagt het verwacht rendement van beleggingsprofiel C gemiddeld 5,8%. Er mag dus rekening worden gehouden met een gemiddeld rendement van 5,8% over een periode van tien jaar. Dat wil niet zeggen dat elk jaar maar weer een rendement van 5,8% wordt behaald, maar dat van een reeks met tien verschillende jaarrendementen het gemiddelde 5,8% bedraagt. In de meeste gevallen zal een enkel jaarrendement afwijken van dat gemiddelde. Alle afwijkingen van deze tien verschillende jaarrendementen tezamen worden cijfermatig weergegeven met het begrip volatiliteit. Als de afwijkingen van het gemiddelde groot zijn, dan is er sprake van een hoge volatiliteit en wanneer de afwijkingen van het gemiddelde klein zijn, dan is er sprake van een lage volatiliteit.

 

Volatiliteit staat dan ook voor de mate van beweeglijkheid van portefeuillerendementen, maar ook van de waarderingen (en de koersen) van de onderliggende effecten in een beleggingsportefeuille.
Dit kunnen dus ook ETF’s zijn waarmee de beleggingsportefeuille is opgebouwd. Wanneer het koersverloop van de effecten in een beleggingsportefeuille rustig is, wil dat zeggen dat er sprake is van een lage volatiliteit. Onderstaande grafiek maakt dit duidelijk door het koersverloop van ETF A.
Een beleggingsportefeuille met sterk fluctuerende koersen heeft daarentegen een hoge volatiliteit. Dit wordt in de grafiek duidelijk getoond door ETF B. Deze koersfluctuaties zijn ook bepalend voor het rendement van een beleggingsportefeuille. Het rendement van een beleggingsportefeuille met een hoge volatiliteit kan namelijk ‘extremer’ uitpakken (beduidend hoger of lager) dan een beleggingsportefeuille met een lage volatiliteit.


 

Daarbij blijkt dat de meeste beleggers zich natuurlijk nooit zorgen maken om de pieken, de momenten waarop de koers van de volatiele ETF's hoger is dan die van de minder volatiele ETF's. Maar wanneer de koersen echter fors dalen, de momenten dus waarop de koers van de meer volatiele ETF's lager is dan die van de minder volatiele ETF's, slaat meestal de paniek toe. De volatiliteit is dan ook de eigenlijke maatstaf van het beleggingsrisico. Bij het gekozen beleggingsprofiel hoort een bandbreedte waarbinnen de waarde van de portefeuille mag bewegen. De beleggingsportefeuille is daarom zó samengesteld, dat het koersverloop van alle effecten in de portefeuille tot gevolg heeft dat de waardeontwikkeling (rendement) van de gehele portefeuille binnen deze bandbreedte komt te liggen.


Een vergelijking van het portefeuilleresultaat met dat van de benchmark (maatstaf voor een belegging) is onmogelijk zonder daarbij ook het volatiliteitsverschil te betrekken. Elke benchmark heeft z’n eigen rendement en volatiliteit. Uiteraard is bij een lagere volatiliteit het beleggingsrendement ook lager en omgekeerd. Daarom moet in de eerste tabel niet alleen het rendement van de beleggingsportefeuille worden vergeleken met dat van de MSCI of van de AEX, maar ook de volatiliteit.

2 Internationale beleggingsmarkten

De onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van de belangrijkste internationale aandelenbeurzen en de belangrijkste valuta gedurende het vierde kwartaal 2016 en het jaar 2016 weer.

 

Beursindex

Land

4e kwartaal

31-dec-16

2016

31-dec-15

%

%

Dow Jones Industrial

USA

7.9%

19,763

13.4%

17,425

S&P 500

USA

3.3%

2,239

9.5%

2,044

Nasdaq Composite

USA

1.3%

5,383

7.5%

5,007

FTSE 100

ENG

3.2%

7,143

14.4%

6,242

CAC 40

FRA

9.3%

4,862

4.9%

4,637

DAX 30

DLD

9.2%

11,481

6.9%

10,743

SMI

ZWI

1.0%

8,220

-6.8%

8,818

AEX

NED

6.8%

483

9.4%

442

Nikkei 225

JAP

16.2%

19,114

0.4%

19,034

Hang Seng

HKG

-5.6%

22,001

0.4%

21,914

Straight Times

SGP

0.7%

2,889

0.2%

2,883

China Composite

CHN

3.3%

3,104

-12.3%

3,539

US-dollar

USA

6.7%

0.9506

3.9%

0.9146

Britse pond

ENG

1.5%

1.1620

-14.3%

1.3553

Zwitserse frank

ZWI

1.1%

0.9331

0.8%

0.9257

Japanse yen

JAP

-8.0%

0.0081

6.6%

0.0076


De beurzen in de Verenigde Staten spanden in 2016 de kroon. In dollars gemeten stegen de belangrijkste aandelenbeurzen daar met 7,5%, 9,5% en 13,4%. Wanneer het effect van de Amerikaanse dollar daarbij wordt opgeteld (en de in euro’s denkende en met euro’s levende belegger moet dit natuurlijk doen), resulteert Amerikaanse beursrendementen van 11,4%, 13,4% en 17,3%!

 

In Europa lag het beeld veel meer verdeeld. De beurs in het Verenigd Koninkrijk toonde een spectaculaire stijging van 14,4%, maar door de daling van het Britse pond verdampte dit rendement voor de niet-Britse belegger geheel. Ook de Noorse beursindex, die in bovenstaand overzicht niet is opgenomen, steeg met ruim 12%. De Noorse kroon voegde voor de niet-Noorse belegger daaraan nog eens 5,8% toe waardoor in dit door olie en gas gedomineerde land bijna 18% rendement kon worden behaald. Een zeer positief beeld zien we ook in Finland, zij het dat het hier een Euroland betreft en het rendement daarom uitsluitend een koersstijging betrof (9,6%). Vrijwel hetzelfde rendement werd in Nederland door de AEX behaald (9,4%), direct daarna gevolgd door Oostenrijk (9,2%). In Duitsland was de stemming iets minder eufoor, hoewel de Duitse beurs met 6,9% uiteindelijk nog altijd erg goed scoorde. De beurs in Frankrijk toonde, evenals in Zweden, een meer gematigd beeld (beide 4,9%) maar in Zweden werd het koersrendement vrijwel geheel teniet gedaan door de daling van de Zweedse kroon.

 

Buiten de genoemde landen was het in Europa kommer en kwel. Negatieve beursrendementen werden behaald in Spanje, België, Ierland, Griekenland en Zwitserland. Fors negatieve beursrendementen waren er in Italië, Portugal en Denemarken.

 

In het Verre Oosten kon de belegger in 2016 eigenlijk beter afwezig zijn. Hier was sprake van marginale rendementen waarbij in Japan alleen nog maar rendement behaald kon worden door de waardevermeerdering van de Japanse yen. De Chinese beurs daalde maar liefst 12,3% in waarde en was daarmee de slechtst presterende beurs die, vanwege het belang en de omvang van deze beurs, een aanzienlijk neerwaartse invloed had op het rendement dat met een wereldwijd gespreide beleggingsportefeuille kon worden behaald.

3 Portefeuilleontwikkeling

Direct na de start van het jaar 2016 daalde de waarde van alle portefeuilles vanwege de stagnatie van de economische ontwikkelingen in China, de dramatisch gedaalde olieprijs en de besluiteloosheid binnen de Europese Unie, die nog maar weinig weg had van een unie. Gedurende het voorjaar trad herstel op, maar in de aanloop naar het referendum in Groot-Brittannië maakte het herstel plaats voor grote onzekerheid waardoor de waarde van de portefeuilles weer terugviel. Nadat de uitslag van het referendum een kortstondige koersval van bijna 10% tot gevolg had, keerde de rust na enige weken weer. In het derde kwartaal trad dan ook over een breed front koersherstel op en konden de portefeuilles weer langzaam opkrabbelen en de negatieve ontwikkelingen van eerder dat jaar achter zich laten. Bij de aanvang van het vierde kwartaal toonden nagenoeg alle portefeuilles dan ook een klein plusje, het eerste begin van een positief rendement in het jaar 2016.

 

De strijd om het presidentschap in de Verenigde Staten beloofde een spannende te worden. Alom werd toch wel aangenomen dat de Democratische kandidaat Clinton aan het langste eind zou trekken. De financiële markten zetten daarop eveneens in; men kon zich eenvoudigweg niet voorstellen dat de Republikeinse kandidaat Trump de nieuwe president zou worden, vooral vanwege zijn uitlatingen jegens zaken en personen die niet alleen ongebruikelijk vergaand waren, maar ook de grenzen van fatsoen overschreden. Gedurende de openbare televisiedebatten kon Trump zijn Democratische rivaal niet echt de baas worden, maar vlak voor de verkiezingen raakte Clinton opnieuw in opspraak vanwege mogelijke consequenties van het e-mailschandaal waarvan zij het middelpunt vormde. Door de toegenomen spanningen omtrent de uitslag van de verkiezingen daalden de effectenbeurzen tussen 24 oktober en 4 november met 5%. Aan de vooravond van de verkiezingen was de helft van deze daling echter weer ingelopen, toen bleek dat Trump teveel achter liep in de opiniepeilingen op Clinton.

 

En zo werd het 8 november. Toen de avond vorderde en Trump in steeds meer cruciale staten bleek te hebben gewonnen of aan de leiding ging, stonden alle seinen voor de financiële markten op rood. Aan de hand van de zogenaamde futures (termijncontracten) kan een goed beeld worden verkregen van de opening van de beurs op de eerstvolgende handelsdag. Deze futures wezen aan het eind van de verkiezingsavond op een zwarte beursdag. Toen de uitslag praktisch zeker was en Trump zijn overwinning opeiste, besloot Clinton het bij felicitaties aan Trump te laten zonder haar nederlaag toe te geven. De overwinningsspeech van Trump werd het kantelpunt; de futures draaiden en het uitzicht op een dramatische opening van de effectenbeurzen verdween als sneeuw voor de zon.
In Europa openden de beurzen op de 9e november positief en klommen verder op na een euforische stemming bij de opening van Wall Street.

 

In de zes weken na de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten stegen de beurzen wereldwijd, aangevoerd door de Amerikaanse beurzen, tot 20 december met zo’n 10,8%. Gedurende deze zes weken ontstond het eigenlijke portefeuillerendement van 2016. Onverwacht, maar met veel genoegen zag men het rendement van de beleggingsportefeuilles tot hoge niveaus oplopen.
Aan deze marathon kwam vlak voor de kerstdagen een einde. In de laatste tien dagen van het jaar is er traditiegetrouw weinig handel en zes weken onafgebroken koersstijging leidt tot een sterke neiging om winst te nemen. Verkoopdruk waar weinig vraag tegenover staat doet de koersen dalen en dat gebeurde eind december dan ook. Van het eerder behaalde rendement brokkelde dan ook weer 2% tot 3% af. De Morgan Stanley Capital International World Index steeg over het gehele vierde kwartaal gemeten met 8,1%. Het rendement van de MSCI World Index over heel het jaar 2016 bedroeg 8,5%.

 

Onderstaande grafiek geeft de ontwikkeling van de portefeuilles van De’ Medici Vermogensbeheer met een beleggingsprofiel met een bijbehorend rendement van 7% over de afgelopen vijf jaar weer. Tot januari 2015 toont de lijn een gelijkmatig verloop waar op goede manier een gemiddelde lijn doorheen getrokken kan worden.
De fluctuaties (pieken en dalen) daaromheen zijn ongeveer van gelijke grootte. Het verloop binnen de lichtblauwe cirkel wijkt fors af van de lijn tot medio januari 2015. Daarna is het verloop wild met veel grotere fluctuaties. Stijgingen worden vrijwel geheel teniet gedaan door dalingen en andersom.
Vanaf eind april 2016 zet de eerdere lijn (de lijn tot medio januari 2015) zich weer voort met een meer gelijkmatig verloop. De ontwikkeling binnen de blauwe cirkel is zeer volatiel; de beweeglijkheid is groot en per saldo is er geen sprake van een ontwikkeling. De waarde van de portefeuilles op 12 april 2016 was even groot als die op 19 januari 2015, toen de waardeontwikkeling ‘uit de bocht vloog’.
Medio april 2016 werd die waarde weer bereikt en vanaf dat moment verliep de ontwikkeling weer meer gelijkmatig.




Vanwege de sterk toegenomen volatiliteit tussen medio januari 2015 en medio april 2016 hebben wij in de portefeuilles ETF’s opgenomen die deze volatiliteit moeten verminderen. Uiteraard vond dat op grotere schaal plaats in portefeuilles met een beleggingsprofiel waar een minder grote volatiliteit wordt toegestaan dan in portefeuilles met een beleggingsprofiel waar een grotere volatiliteit als minder problematisch wordt ervaren. De consequentie van die ingreep was een neerwaartse druk op het behaalde rendement. Bij een minder grote volatiliteit hoort immers een minder groot rendement. Deze aanpassing in de portefeuilles is er dan ook de oorzaak van dat het rendement over 2016 in een aantal portefeuilles tegenvalt.

4 "Make America Great Again"

De campagneslogan van Donald Trump werd door hem voor het eerst in 2012 gebruikt zonder dat daarmee een heel duidelijke politieke richting voor zijn eigen verkiezingscampagne werd aangegeven. Medio 2015 heeft hij de slogan echter als merk laten registreren en daarmee was zijn bedoeling om aan de presidentsverkiezingen deel te nemen een feit. Omdat de slogan nauw verbonden is aan de persoon Trump en tot vervelens toe door hem werd uitgesproken, wekt deze inmiddels veel irritatie.


Trump was met de slogan echter niet origineel. "Let's Make America Great Again" werd door Ronald Reagan al in 1980 als campagneslogan op de verkiezingsbuttons gebruikt. Reagan wilde daarmee de teloorgang van de Verenigde Staten benadrukken zoals deze in de zestiger en zeventiger jaren had plaatsgevonden (de verloedering die zich uit in de moord op president Kennedy, de rassenkwesties, de Vietnam oorlog, de protestbewegingen, het verlies van normen en waarden, het verwerpen van geloof en kerk, het gebruik van verdovende middelen, het anti-establishment, de Watergate affaire, het vandalisme en de vrijwillig versoberde levenswijze) onder de presidenten Johnson, Nixon, Ford en Carter. Reagan wilde een nieuwe weg inslaan en Amerika vooral intern weer sterk maken zodat naar buiten toe ook het beeld van een sterke natie zou ontstaan.


Maar ook Bill Clinton gebruikte de slogan in zijn speech waarin hij zijn kandidatuur eind 1991 aankondigde: “Together we can make America great again, and build a community of hope that will inspire the world.” In 1991 was de economische ontwikkeling in de Verenigde Staten gestagneerd en de gevolgen waren overal voelbaar. De enorme populariteit van toenmalig president George Bush senior nam daarom zienderogen af en Bill Clinton maakte daarvan handig gebruik.


Niets nieuws onder de zon dus. Trump heeft de slogan echter voor het eerst als echt merk laten registreren. Dat doet hij met alles waaraan zijn naam op de één of andere wijze verbonden is.
Evenals Reagan in 1980 en in mindere mate Clinton in 1992 heeft Trump onder deze slogan een pakket met uitgangspunten voor zijn toekomstige regeringsbeleid gelegd. Dit beleid, hoewel niet tot in detail uitgewerkt, heeft Trump gedurende zijn verkiezingscampagne aan de wereld duidelijk gemaakt.
Maar vooral ook in de periode na ‘Election Day’ (de eerste dinsdag na 1 november) tot ‘Inauguration Day’ (20 januari). Nooit eerder werd er in deze tien tot elf weken durende periode al zoveel bekend over de beleidsuitgangspunten. In reactie daarop hebben veel politici, economen, deskundigen op het velerlei gebied hun bedenkingen geuit en tevens de onmogelijkheden van de beleidsvoornemens van Trump kenbaar gemaakt.


Nooit eerder ook was er gedurende de periode van tien tot elf weken na ‘Election Day’ tot ‘Inauguration Day’ zoveel te doen om een reeds gekozen maar nog niet geïnaugureerde president. Het begon al direct met pogingen van tegenstanders van Trump om zijn verkiezing ongeldig te verklaren door in drie tot vier staten hertellingen te eisen. Twee weken voor de inauguratie werd nog wereldkundig gemaakt dat de inlichtingendiensten in Amerika de beschuldigingen zouden gaan onderzoeken van mogelijke betrokkenheid van de gekozen president bij het beïnvloeden van de presidentsverkiezingen door Rusland. Om het geheel smeuïg te maken werden de beschuldigingen gelardeerd met beweringen over seksuele escapades in de presidentiële suite van het Ritz Carlton Hotel in Moskou waar eerder het echtpaar Obama zou hebben geslapen. Tot op heden moet worden aangenomen dat het hier pogingen betreft om de gekozen president zoveel mogelijk te beschadigen zodat zijn start zoveel mogelijk vanuit het negatieve plaatsvindt. Bewijsvoering omtrent het één en ander kan uitsluitend vanuit Rusland komen en het is volstrekt onaannemelijk dat Rusland de eigen tactiek prijsgeeft omdat dit eigen strategische operaties zou dwarsbomen. Precies hetzelfde geldt voor de Amerikaanse inlichtingendiensten: mochten deze al over bewijs komen te beschikken dan kan dat nooit openbaar worden gemaakt, omdat daarmee de werkwijze van de inlichtingendiensten bekend zou worden en dat willen de inlichtingendiensten te allen tijde voorkomen. En een president zal op beschuldigen jegens hem altijd waterdicht bewijs verlangen. De kans is dan ook zeer groot dat de beschuldigingen altijd geruchten zullen blijven. 


“Make America Great Again" is dus geen uitvinding van Trump. Het is een verwoording van wat al ruim honderdzestig jaar geleden vast regeringsbeleid van de Verenigde Staten was: isolationisme.
Dit isolationisme was steeds een reactie die volgde op een periode waarin de Verenigde Staten met het gezicht naar de wereld stond gekeerd. Meestal start een dergelijke periode na een oorlog waaraan door de Verenigde Staten werd deelgenomen (Eerste wereldoorlog, Koreaoorlog)) of door een door de Verenigde Staten geleide invasie of actie (Iraanse gijzelingscrisis). Bekend zijn de ‘Roaring Twenties’ na de Eerste wereldoorlog toen de Verenigde Staten geen lid werd van de door haar eigen president Wilson opgerichte Volkenbond. Pas door de aanval op Pearl Harbor in december 1941 door Japan, raakte de Verenigde Staten betrokken bij de Tweede wereldoorlog en eindigde een lange periode van isolationisme. Ook de vijftiger jaren vanaf 1953, na de Koreaoorlog tot de Invasie in de Varkensbaai op Cuba in april 1961, vormden een periode van isolationisme. En na de Iraanse gijzelingscrisis in 1979-1980 waarbij president Carter ernstige averij opliep, won Reagan met zijn slogan "Let's Make America Great Again". De langdurige aarzeling van Bill Clinton om met grondtroepen deel te nemen aan de Joegoslavische oorlogen in de negentiger jaren, als gevolg van de door president Bush senior in 1991 glansrijk gewonnen en beëindigde Eerste Golfoorlog, dient als een korte periode van isolationisme te worden beschouwd. Met “Make America Great Again" wordt dan ook bedoeld dat de Verenigde Staten zich afkeert van conflicten in de rest van de wereld teneinde zich intern, vooral ook economisch, te versterken. Na zo’n periode waarin de Verenigde Staten zich terugtrekt en zich intern versterkt, keert de Verenigde Staten als internationaal sterke natie terug op het wereldtoneel.


5 Het beleid van Trump

Omdat dit beleid een belangrijke versterking van de Amerikaanse economie tot gevolg kan hebben als men erin slaagt het beleid ook daadwerkelijk uit te voeren, mag op basis daarvan tevens een groei van de wereldeconomie in de nabije toekomst worden verwacht. Dit is waarop de effectenbeurzen gedurende de weken na de presidentsverkiezingen zijn vooruit gelopen en waardoor de koersen in zo’n korte periode fors zijn gestegen. Zolang vaststaat dat de gekozen president op 20 januari wordt geïnaugureerd, zullen de effectenbeurzen een positief beeld blijven tonen.

 

Ook de dollar heeft zich na de presidentsverkiezingen versterkt. Het beleid van Trump zal immers geld kosten dat aangetrokken moet worden door middel van uit te schrijven obligatieleningen. Daardoor ontstaat een opwaartse druk op de rente in Amerika en als de rente in de rest van de wereld niet verandert, vertaalt zich dat in een stijging van de dollar omdat met dollars een hogere rente kan worden verkregen. Op basis van de feiten die nu bekend zijn geworden, kunnen de volgende beleidsuitgangspunten van de nieuwe regering Trump worden geformuleerd:

 

Intensivering van de overheidsuitgaven in de Verenigde Staten;

  • Doel: meer banen;

Grootschalige aanpak en vernieuwing van de gehele Amerikaanse infrastructuur;

  • Doel: meer banen, modernisering infrastructuur en versterking economie;

Ontspanning tussen Verenigde Staten en Rusland;

  • Doel: verlaging defensie-uitgaven; Rusland laten deelnemen aan de wereldeconomie;

Beëindiging conflict Midden Oosten (met name Syrië en Irak);

  • Doel: bezuiniging, versterking overheidsfinanciën, vermindering staatsschuld;

  • Doel: afname van het vluchtelingenprobleem;

Beëindiging bemoeienis van de Verenigde Staten in Oekraïne;

  • Doel: betere relatie met Rusland; Rusland laten deelnemen aan de wereldeconomie;

  • Doel: herstel van bepaalde bedrijfssectoren die door de sancties getroffen worden;

Opheffing economische sancties tegen Rusland;

  • Doel: betere relatie met Rusland; Rusland deel laten nemen aan de wereldeconomie;

  • Doel: herstel van bepaalde bedrijfssectoren;

Ontmanteling van dan wel terugtrekking uit de NAVO;

  • Doel: ontspanning tussen Verenigde Staten en Rusland;

  • Europa meer laten betalen aan eigen veiligheid; vermindering van defensie-uitgaven;

Verlagen van de belastingen voor bedrijven;

  • Doel: meer banen;

Meer ruimte voor de bedrijfssectoren energie en grondstoffen;

  • Doel: versterking Amerikaanse economie; productie van goedkoop schaliegas;

Temporiseren van het klimaatverdrag van Parijs (CO2);

  • Doel: meer ruimte voor de energiesector en productie van goedkoop schaliegas;

  • Doel: herstellen van de olieprijs;

Wijzigen van internationale handelsakkoorden in het voordeel van de Verenigde Staten;

  • Doel: versterken van de interne markt;

Voeren van een anti-Chinees beleid waardoor China onder sterke druk gezet wordt;

  • Doel: revaluatie van de Chinese munt ten gunste van de dollar;

  • Doel: Chinese producten worden duurder en Amerikaanse producten goedkoper;

 

Uitvoering van het bovenstaande beleid zal ongetwijfeld leiden tot een versterking van de Amerikaanse economie. Het op uitgebreide schaal moderniseren van de gehele Amerikaanse infrastructuur  zal leiden tot een economische impuls van ongekende omvang. Daarbij moet niet alleen gedacht worden aan wegen, bruggen, spoorlijnverbindingen en luchthavens, maar ook aan openbare gebouwen waaronder scholen en gezondheidscentra (ziekenhuizen) voor zover deze niet in private handen zijn. Daarnaast vormt de ondergrondse bekabeling van elektriciteit en telefonie in een uitgestrekt land als de Verenigde Staten natuurlijk een enorme uitdaging. Een belangrijk deel van de kosten wil Trump financieren door de relatie van Amerika met het buitenland rigoureuze wijzigingen te laten ondergaan.

6 Amerika’s nieuwe relatie met het buitenland

China

Gedurende de laatste drie decennia is de Amerikaanse economie structureel verzwakt. Een belangrijk deel van de productie verdween naar Zuidoost Azië en dan natuurlijk vooral naar China. De groei en versterking van de Chinese markt is dan ook echt ten koste gegaan van die in de Verenigde Staten. Wanneer een economie snel groeit en sterker wordt, zoals in China dus, dient de waarde van de munt daaraan aangepast te worden. Op deze wijze blijft een eerlijke concurrentie in stand en kunnen verschillende landen nog lang op dezelfde voet doorgaan met handel drijven. Dit proces wordt revalueren genoemd.

 

Vóór het euro-tijdperk was het vooral de D-mark en in het kielzog daarvan de Nederlandse gulden die met grote regelmaat revalueerden ten opzichte van de zwakkere valuta in Europa, met name de Franse franc en de Italiaanse lire. Wanneer sterke economieën hun valuta niet aanpassen, ontstaat een eenrichtingsverkeer in de handel en is het gauw afgelopen met de handelsrelatie.
Revaluatie van de munt waarborgt dan ook een goede handelsrelatie op de lange termijn en dat is van belang voor zowel de sterkere als de zwakkere economie. De sterkere economie voorkomt dan ook dat op den duur de ‘kip met de gouden eieren wordt geslacht’.

 

Al tijdens de regering van Bill Clinton werd druk op China uitgeoefend om de Chinese munt, de yuan, te revalueren. President George W. Bush haalde in 2006 zwaargewicht Henry Paulson over om als  Secretary of the Treasury (minister van Financiën) deze klus te klaren. Paulson had een lange staat van dienst en was van 1999 tot 2006 CEO van Goldman Sachs. Hij had een uitstekende relatie met Chinese topfunctionarissen en Chinese politici en heeft in de tijd dat hij in China woonde samengewerkt met de ex-president van de Chinese Volksrepubliek, Jiang Zemin. Als het hem niet zou lukken, zou het niemand lukken. De Chinezen beloofden veel maar deden uiteindelijk niets.
Ook zijn opvolger onder president Obama, Timothy Geithner, kreeg niets voor elkaar. De frustratie in de hoogste Amerikaanse regeringskringen liep dan ook hoog op. Wij kunnen ons in Europa daar geen voorstelling van maken.

 

De economische relatie tussen de Verenigde Staten en China is exclusief. Een dergelijke relatie tussen China en Europa is nooit van de grond gekomen. China heeft heel veel uit de Verenigde Staten geïmporteerd en de Amerikaanse economie is voor de Chinezen ook altijd model geweest.
De effectenbeurs is daarvan een lichtend voorbeeld. Op 26 november 1990 werd Wall Street gekopieerd tot de Shanghai Stock Exchange, inmiddels de grootste van de twee effectenbeurzen in China. Als repressieve dictatuur is China de tweede economie ter wereld en telt 1,4 miljard consumenten. De Chinese economie heeft zich echter wél in een ongekend snel tempo van een onderontwikkeld ruraal stadium naar een geïndustrialiseerde en op moderne technologie gebaseerde economie getransformeerd. Deze adembenemend snelle ontwikkeling heeft zich in circa 35 jaar voltrokken. Dat kan uiteraard alleen maar als er ieder jaar sprake is van een extreem hoge economische groei. Niet onbelangrijk op de weg naar deze buitengewoon grote economische en maatschappelijke ontwikkeling was de toenadering tussen de Verenigde Staten en het China die vooral gestalte kreeg door het bezoek van president Nixon en zijn (toen nog) adviseur Henry Kissinger in 1972 aan Beijing. Deze politieke meesterstunt lag ten grondslag aan de later gevormde exclusieve economische relatie tussen de Verenigde Staten en China. De industrialisatie nam vanaf de jaren tachtig een enorm hoge vlucht. Shanghai ontwikkelde zich tot het nieuwe financiële en commerciële centrum van China. Het Bruto Nationaal Product van China steeg tussen 1978 en 1998 met 400%.

 

De onderstaande afbeelding toont aan hoe de Chinese productie ten opzichte van de Verenigde Staten, Europa en Japan is gestegen tot de hoogste ter wereld.




Trump wil de Chinezen nu harder aanpakken. Als China blijft traineren en de wereld (vooral de Verenigde Staten) om de tuin leidt, belooft hij ze te treffen in de achilleshiel. Een voorproefje was het telefoongesprek tussen de aanstaande Amerikaanse president Trump en de Taiwanese president Tsai Ing-wen begin december waarin Tsai Trump feliciteerde met zijn verkiezing tot president.
In het telefoongesprek werd over de 'nauwe banden tussen Taiwan en de Verenigde Staten' en over meer samenwerking tussen beide landen gesproken. In het interview met de Wall Street Journal van medio januari 2017 zei Trump dat er 'over alles te onderhandelen valt, ook over het 'Eén China'-beleid'. In China werd woedend gereageerd op de uitlating van Trump. Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken meldde dat geen buitenlandse inmenging in Chinese staatsaangelegenheden wordt geduld en al zeker niet in de kwestie-Taiwan. Voor China ligt dit alles zeer gevoelig omdat China Taiwan als een afvallige Chinese provincie ziet. Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken dreigde dan ook met ernstige gevolgen voor de internationale gemeenschap als een buitenlands staatshoofd het 'Eén China'-beleid’ tracht aan te tasten of daarover wenst te onderhandelen. Dit beleid is volgens China 'de basis van de Chinees-Amerikaanse relatie waarover niet onderhandeld kan worden’.

 

Ook de activiteiten van China in de Zuid-Chinese Zee zijn de Amerikanen een doorn in het oog.
De Nanhai-eilanden is een groep van 250 kleine eilanden met een oppervlakte van ongeveer 1 km², atollen, zandbanken en koraalriffen in de Zuid-Chinese Zee. De meeste van deze eilanden zijn onbewoond, vooral omdat bij extreme of normale vloed onder water liggen. De eilanden zijn een belangrijke plaats voor olie- en gaswinning, commerciële visserij en scheepvaart. Veel landen eisen de eilandengroep op, omdat dat een forse vergroting zou zijn van hun continentaal plat. Vanwege de rijkdom aan mineralen is het een exclusieve economische zone. Zowel China, Taiwan, de Filipijnen, Brunei, Maleisië als Vietnam maken aanspraak op (een gedeelte van) de eilanden. Vanwege hun grote economische en militaire belang zijn de eilanden al jaren onderwerp van discussie tussen China en verschillende Zuid-Aziatische landen, die allemaal het eigendom op deze eilanden claimen.
De Verenigde Staten is in de hoogste staat van waakzaamheid nu de Chinese activiteiten in intensiteit toenemen.

 

De laatste tijd werd de defensiesamenwerking van Amerika met verschillende Zuidoost Aziatische landen al vergroot en vorig jaar heeft het Pentagon het embargo op wapenexport naar Vietnam opgeheven toen een Amerikaans verkenningsvliegtuig door Chinese gevechtsvliegtuigen werd onderschept. Inmiddels hebben de Verenigde Staten een torpedobootjager in de Zuid-Chinese Zee liggen die toezicht moet houden op de ongebreidelde Chinese territoriale claims. Deze kwestie zet de Chinees-Amerikaanse betrekkingen eveneens onder zeer grote druk.

 

Rusland

Het door Trump voorgenomen en aangekondigde herstel van de betrekkingen met Rusland is eigenlijk geen verrassing. Tijdens de verkiezingscampagne onderscheidde hij zich op dit punt zeer nadrukkelijk van zijn rivaal Clinton die in Poetin de grootste bedreiging van de wereldvrede zag. Clinton schaarde zich daarmee achter de politiek die president Obama de afgelopen acht jaar heeft gevoerd.
Als minister van Buitenlandse Zaken maakte Clinton gedurende de eerste ambtstermijn van Obama (2009-2013) deel uit van zijn regering en was zij verantwoordelijk voor de verslechtering van de relatie met Rusland. Na de annexatie van De Krim in 2014 werden de betrekkingen met Moskou door president Obama volledig bevroren. In de toelichting op de rapportage over het derde kwartaal van het jaar 2016 is op bladzijde 7 tot en met 9 uitvoerig stilgestaan bij de dramatische ontwikkeling van de Russisch-Amerikaanse betrekkingen en de gevolgen daarvan.

 

Met een normalisering van de verhouding met Rusland beoogt Trump tegelijkertijd om zich terug te trekken uit een aantal hardnekkige conflicten in de wereld. Dat was ooit ook het doel van president Obama, maar dat is hem niet echt gelukt. Door de ‘Arabische Lente’ die uiteindelijk tot gevolg had dat een afschuwelijke oorlog in Syrië werd uitgevochten waarbij ook Amerika betrokken was, de halfslachtige houding van de Verenigde Staten met betrekking tot Irak en de bemoeienis van de Verenigde Staten met het Oekraïne-conflict kwam er van de voornemens van president Obama om zich uit conflicten in de wereld terug te trekken niets terecht. Trump wil door een radicale wending bewerkstelligen dat Rusland als mede-scheidsrechter aanschuift en dat is precies wat Poetin wil.
Dit betekent wél dat Amerika zich niet meer met Oekraïne zal bemoeien en Rusland daar meer vrijheid van handelen krijgt. Daarnaast zal Amerika zich uit de conflictzones in de Arabische wereld terugtrekken met uitzondering van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Trump heeft immers aangekondigd pal achter Israël te blijven staan.

 

Uiteindelijk zal de defensiemacht van de Verenigde Staten op verminderde kracht kunnen werken. Grootscheepse acties zullen hoogstwaarschijnlijk voorlopig niet meer worden ondernomen.
Dat zal grote consequenties hebben voor de Amerikaanse begroting waarvan defensie het grootste onderdeel is. Op deze wijze hoopt Trump geld beschikbaar te krijgen dat hij ten behoeve van de modernisering van de infrastructuur kan aanwenden.

 

Europa

Met betrekking tot Europa is het doel van Trump niet veel anders. Een aanzienlijk hogere bijdrage aan de NAVO door de verschillende lidstaten moet ertoe leiden dat er meer geld beschikbaar komt voor Amerika. Een totale opheffing van de NAVO is door Trump ook al genoemd omdat hij niets ziet in de beveiliging van Europa op Amerikaanse kosten. Bovendien beschouwt hij daarbij de Oost-Europese landen als profiteurs van het verdragsstelsel. In ieder geval mag daarom aangenomen worden dat de Verenigde Staten haar bijdrage aan de NAVO fors zal beperken. Met een ontdooiing van de relatie met Rusland voor ogen meent Trump dat dit geen veiligheidsrisico’s zal opleveren. Europa is volgens hem rijk genoeg om de eigen veiligheid te kunnen bekostigen. Het is geen 1945 meer.

 

Ook de handelsverdragen tussen de Verengde Staten en Europa wil Trump aanpassen. Deze zijn volgens hem teveel in het voordeel van Europa. Trump wil grotere handelsbeperkingen in de vorm van hogere tarieven. Als gevolg van gunstige belastingstelsels in verschillende Europese landen (waaronder Nederland!) hebben veel Amerikaanse ondernemingen hun vestigingsplaats naar Europa verlegd. Daar vallen zij onder de Europese belastingregels en zijn de Europese belastingtarieven van toepassing. Niet voor niets staat dit Europese beleid onder druk van de parlementen van die verschillende lidstaten. Zo vindt het Nederlandse parlement dat veel Amerikaanse ondernemingen hier te weinig belasting betalen en tevens te weinig actief zijn en te weinig mensen in dienst nemen. In Amerika wordt deze belastingopbrengst helemaal node gemist. De lijn van Trump is dan ook om Amerikaanse ondernemingen terug te lokken naar de Verenigde Staten waar zij natuurlijk meer belasting moeten betalen. Dit wil hij doen door het opwerpen van hoge tariefmuren waardoor de in Europa gevestigde Amerikaanse ondernemingen meer invoerrechten moeten betalen om hun producten in Amerika af te zetten.

 

Hetzelfde wil Trump bereiken met de volgens hem oneerlijke concurrentie van Europese ondernemingen. Ook deze ondernemingen betalen in Europa minder belasting omdat de belastingtarieven voor bedrijven in Europa lager zijn dan in Amerika. Daarom kunnen Europese bedrijven hun producten en diensten goedkoper exporteren naar Amerika dan Amerikaanse bedrijven dat kunnen naar Europa. Daarom wil Trump dat ook Europese ondernemingen hogere invoerrechten moeten gaan betalen. Tenslotte wil Trump voorkomen dat Europese (en overigens ook Aziatische) ondernemingen zich in Mexico of een ander buurland van Amerika vestigen om op die wijze goedkoper te kunnen produceren, minder belasting te betalen en dus weer goedkoper naar Amerika te kunnen exporteren. En op eigen wijze heeft hij dat kenbaar gemaakt in een interview met de Duitse krant Bild. De Duitse autofabrikant BMW moet zijn plannen wijzigen om vanaf 2019 auto’s in Mexico te produceren. Zo niet dan dreigt er een invoerheffing van 35%. Een alternatief dat hij aanbiedt, is om de fabriek in de Verenigde Staten neer te zetten. Eenzelfde lot onderging het Japanse autoconcern Toyota.

 

Het is duidelijk dat Trump streeft naar de bescherming en vergroting van de Amerikaanse belangen. Daar is op zichzelf niets tegen omdat de Amerikanen decennia lang vrij liberaal en lankmoedig zijn geweest ten koste van hun eigen economische- en handelsbelangen. Maar Europa schrikt en veert op. Trump dwingt de Europeanen op alle fronten hun stelsel te herschikken en structuren aan te passen. Hij zegt wat vele presidenten voor hem meenden, maar nooit duidelijk hebben gezegd.
De presidenten Bush en Obama hebben niet nagelaten Europa te wijzen op de verstarring van de Europese Unie die door haar structuur (waarbij elk land een vetorecht heeft) onwerkzaam is geworden en hebben aangedrongen op maatregelen die meer ‘eenheid’ tot gevolg zouden hebben. Zij waren een roepende in de woestijn. Trump doet het anders; hij zegt dat de Europese Unie een gedrocht is dat niet werkt en zo gauw mogelijk opgeheven moet worden. Vandaar hij de uittreding van Groot-Brittannië uit de Europese Unie (Brexit) verwelkomde en, zoals hij zelf zegt, ook heeft voorspeld. In de visie van Trump is Groot-Brittannië het ideale land waarmee hij samen wil werken en waarmee Amerika volgens hem zoveel gemeen heeft. Hij omarmt mensen als Boris Johnson (minister van Buitenlandse Zaken van Groot-Brittannië) en vergoelijkt de wijze waarop deze beledigende grappen heeft gemaakt over Obama, Hillary Clinton, Erdoğan en Poetin. Ook in de Britse prime minister Theresa May ziet hij een gelijkwaardig staatshoofd die voor dezelfde uitdagingen staat als hijzelf. De toon van Trump lijkt ook op de toon van de huidige Britse regering: duidelijk, direct en onverbloemd waarbij het niet uitmaakt of er op tenen wordt getrapt. Het is een nieuwe manier van communiceren waar iedereen aan moet wennen.

7 Vooruitzichten

Het is duidelijk dat met de verkiezing van Trump tot president een nieuwe werkelijkheid is ontstaan. Verzet tegen de politieke elite die een grote neiging heeft elkaar te beschermen, die tot het oneindige bereid is om compromissen te sluiten waardoor niemand meer iets snapt van het beleid en die tot in het extreme gericht is op de eigen (toekomstige) positie, ook wel aangeduid met ‘het pluche’, is een belangrijk element van die nieuwe werkelijkheid. Daarmee kan ook gemakkelijke beroep worden gedaan op de maatschappelijke ontevredenheid. Hetzelfde geldt voor de nieuwe werkelijkheid die ontstaan is door de Brexit. En met verkiezingen in het vooruitzicht in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Italië zou het vasteland van Europa ook wel eens met deze nieuwe wekelijkheid besmet kunnen worden. In Duitsland bestaat genoeg aversie tegen het vluchtelingenbeleid van Angela Merkel en in Frankrijk hoeft president François Hollande niet meer te rekenen op enige steun in de samenleving. Het is niet ondenkbaar dat het politieke establishment in deze landen ook het onderspit zal moeten delven ten gunste van meer radicale no-nonsens politici. De kans is dan ook aanwezig dat de Europese Unie verder verzwakt. Bovendien heeft de EU het al moeilijk genoeg om met het nieuwe beleid van Trump en de Brexit om te gaan. Uit het bovenstaande blijkt dat de Europese landen veel meer geld voor de eigen defensie moeten opbrengen. Europese bedrijven zullen getroffen worden door hogere invoerrechten, waardoor de winsten in belangrijke mate zullen worden aangetast.


Conclusie: van de Europese beleggingen mag minder rendement worden verwacht.


In de Verenigde Staten zal op uitgebreide schaal geïnvesteerd worden in de infrastructuur. De interne markt zal worden versterkt als gevolg van hogere tariefmuren voor Europese en Aziatische bedrijven. Door een belastingverlaging voor bedrijven in Amerika zal de aantrekkingskracht voor bedrijven om terug te keren naar de Verenigde Staten teneinde zich daar te vestigen, fors toenemen. Ook zal het buitenlandse ondernemingen moeilijk worden gemaakt om zich in buurlanden van de Verenigde Staten te vestigen. Mogelijk zal de concurrentiepositie van Amerika ten opzichte van China verbeteren, zeker als de Chinese munt revalueert. Door het klimaatverdrag van Parijs te temporiseren (of dat te negeren) zullen de energie- en grondstoffenbedrijven meer ruimte krijgen. Er zal, ten koste uiteraard van de ontwikkeling van duurzame energie, meer schaliegas geproduceerd gaan worden. De winsten van de energieconcerns zullen naar alle waarschijnlijkheid verbeteren. De defensie-uitgaven zullen aanzienlijk lager worden; de defensie-industrie zal het dan ook moeilijker krijgen. Tenslotte mag worden verwacht dat de toch al lage werkloosheid tot een minimum zal dalen en dat de koopkracht van de Amerikanen zal toenemen.


Conclusie: van de Amerikaanse beleggingen mag veel meer rendement worden verwacht.


Door bovenbeschreven ontwikkelingen zal het beroep van de Verenigde Staten op de kapitaalmarkt toenemen (de overheid heeft immers meer geld nodig). Deze vraag zal ongetwijfeld een rente verhogend effect tot gevolg hebben. Omdat de rente in de Verenigde Staten echter nog aan de lage kant is, zullen de gevolgen voor de Amerikaanse economie vooralsnog meevallen. Dat neemt niet weg dat de vinger aan de pols zal moeten worden gehouden omdat een te snel oplopende rente het beeld totaal kan doorkruisen. Niettemin zal de verwachte positieve ontwikkeling in de Verenigde Staten zijn uitwerking hebben op de hele wereldeconomie.


Conclusie: het jaar 2017 kan met vertrouwen tegemoet worden gezien; de aandelenbeurzen kunnen dit vertrouwen weerspiegelen door positieve rendementen.