Menu

Marktinzicht

1e kwartaal 2015

Inhoudsopgave

  1. Internationale beleggingsmarkten
  2. De MSCI World Index in de dubbele cijfers
  3. De euro
  4. Hoogtevrees
  5. Natuurlijke correctie
  6. Vooruitzichten
  7. Griekenland uit de Eurozone

1 Internationale beleggingsmarkten

Het jaar 2015 begon voor beleggers uitstekend. Het enthousiasme op de beurzen kende geen grenzen. Terwijl de volatiliteit van de portefeuilles fors daalde, liep het rendement op tot een excellent niveau. De oorzaken hiervan waren:

 
  • Stijging van de internationale aandelenbeurzen

  • Spectaculaire daling van de euro

  • Nog verdere daling van de rente

 

Daardoor ontwikkelden zich de verschillende graadmeters voor beleggingen als volgt:

 
  • Maatstaf internationale aandelen     MSCI World Index      ­               14,7%

  • Maatstaf Euro staatsobligaties           EMTX 5-7 jaar                        ­    1,8%

De onderstaande tabel toont in de blauwe kolom beursstijging van de verschillende effectenbeurzen over het jaar 2014 en de gele kolom de beursstijging van diezelfde effectenbeurzen over het eerste kwartaal 2015. Opvallend is dat in de afgelopen drie maanden de Amerikaanse beurzen niet of nauwelijks zijn gestegen. De Amerikaanse Nasdaq boekte nog wel een aardig resultaat, maar dat is een speciale en geen algemene beurs.

 

Beursindex

Land

1e kwartaal

31-mrt-15

jaar 2014

31-dec-14

%

Dow Jones Industrial

USA

-0.3%

18,128

7.5%

17,823

S&P 500

USA

0.4%

2,108

11.4%

2,059

Nasdaq Composite

USA

3.5%

5,026

13.4%

4,736

FTSE 100

ENG

3.2%

6,962

-2.7%

6,566

CAC 40

FRA

17.8%

5,087

-0.5%

4,273

DAX 30

DLD

22.0%

12,039

2.7%

9,806

SMI

ZWI

1.6%

9,396

9.5%

8,983

AEX

NED

15.3%

499

5.6%

424

Nikkei 225

JAP

10.1%

19,560

7.1%

17,451

Hang Seng

HKG

5.5%

24,375

1.3%

23,605

Straight Times

SGP

2.4%

3,412

6.2%

3,365

China Composite

CHN

15.9%

3,617

52.9%

3,235

US-dollar

USA

12.3%

0.937

13.5%

0.822

Britse pond

ENG

11.8%

1.3836

7.2%

1.2801

Zwitserse frank

ZWI

14.8%

0.9470

1.9%

0.8318

Japanse yen

JAP

6.8%

0.0077

-0.4%

0.0069

 

De Europese beurzen van de Eurozone zijn 15% tot 22% gestegen. Duitsland spant daarbij de kroon met 22%, omdat dit land de hoogste economische groei, de laagste werkloosheid en de beste infrastructuur heeft. Van de koersstijgingen in de Eurolanden is circa 12,3% opgedreven door de daling van de euro. De euro is ten opzichte van de dollar immers met 12,3% gedaald. Indien we de ontwikkeling van de euro dan ook in mindering brengen op de beursresultaten van de Eurozone, blijft er nog een rendementsinterval van 3% (AEX) tot 9,7% (Duitsland) als reële koersstijging over, waarbij alleen die in Duitsland wat aan de hoge kant is.

 

Voor de resultaten in de beurzen buiten de Eurozone moet het valutaresultaat opgeteld worden bij het koersresultaat. Voor Engeland dus 3,2% + 11,8% = 15%. Voor de Dow Jones Industrial (Amerika)  -0,3% + 12,3% = 12% en voor de S&P 500 (Amerika) 0,4% + 12,3% = 12,7%. Voor Zwitserland 1,6% + 14,8% = 16,4% en voor Japan 10,1% + 6,8% = 16,9%.

 

We zien nu dus dat met uitzondering van twee van de Amerikaanse beurzen alle beurzen omgerekend in euro’s min of meer dezelfde resultaten hebben behaald: 15% tot 18%. Alleen Duitsland ligt daar met 22% duidelijk boven. Trekken we overal het valutaresultaat af, dan resteert het eigenlijke koersresultaat dat ligt in een interval van 0% (Amerika) tot 5,5% (Frankrijk). Alleen Duitsland en Japan liggen daar met circa 10% heel duidelijk boven.

 

De eigenlijke koersontwikkeling op de effectenbeurzen valt gedurende de laatste maanden eigenlijk wel mee wanneer we het resultaat ontleden.

 

Beursindex

Land

Gecorrigeerd voor valuta

Inclusief valutaresultaat

Dow Jones Industrial

USA

-0.3%

12.0%

S&P 500

USA

0.4%

12.7%

Nasdaq Composite

USA

3.5%

15.8%

FTSE 100

ENG

3.2%

15.0%

CAC 40

FRA

5.5%

17.8%

DAX 30

DLD

9.7%

22.0%

SMI

ZWI

1.6%

16.4%

AEX

NED

3.0%

15.3%

Nikkei 225

JAP

10.1%

16.9%

 

De conclusie is dan ook dat het met die koersstijgingen wel meevalt. Het valutaresultaat vertekent het beeld.

2 De MSCI World Index in de dubbele cijfers

Toch is het ook weer niet héél bijzonder dat het kwartaalresultaat van de Morgan Stanley Capital International World Index (MSCI World Index) in de dubbele cijfers loopt. Onderstaande tabel toont de laatste tien kwartalen met een resultaat van 10% of hoger.
 

Kwartaal

Rendement

1999  Q1

12.3%

1999  Q4

23.9%

2001  Q4

10.8%

2003  Q2

10.6%

2009  Q2

13.3%

2009  Q3

12.2%

2010  Q4

10.5%

2011  Q4

10.7%

2013  Q1

10.0%

2015  Q1

14.7%


Het betreft hier kwartalen waarin de beurzen stegen na eerder fors te zijn gedaald (2001, 2003 en 2009) maar ook kwartalen waarin de beurzen in de periode daaraan voorafgaand al sterk waren gestegen (1999 en 2015). Zoals hierboven al is uiteengezet, is het resultaat van de MSCI World Index gedurende het eerste kwartaal van 2015 vooral ontstaan door de historische daling van de euro.

3 De euro

Bij de forse koersstijging van de afgelopen maanden zouden we bijna vergeten dat de Europese Centrale Bank bezig is 60 miljard euro per maand in de Europese economie te pompen door ‘nieuw geld’ te creëren. De ECB kondigde dit in januari aan en is daarmee in de maand maart gestart. De actie van de ECB werd al maanden daarvoor verwacht en de financiële markten liepen eigenlijk al lange tijd op de ECB-actie vooruit. De aanloop naar deze maatregel heeft dan ook voor een daling van de euro gezorgd van 25% in amper tien maanden. Europa is dan ook in de laatste driekwart jaar feitelijk 25% minder waard geworden.

 

Het effect van deze goedkopere euro op exporterende ondernemingen is enorm en mag niet worden onderschat. En het is juist deze verwachte exportexplosie die ervoor zorgt dat aan die ondernemingen een hogere waarde wordt toegekend. Immers een grotere export betekent een hogere winst en een hogere winst leidt tot een hogere waarderingskoers.
Met andere woorden, zo vreemd is het niet dat de beurskoersen in korte tijd zeer fors zijn gestegen.


Daarnaast speelt er nog wat anders. Europa presteert al decennia minder goed dan Amerika. De economische groei in Europa ligt dan ook structureel lager dan die in de Verenigde Staten.

 

De introductiekoers van de euro op 1 januari 1999 bedroeg $ 1,1747 (iets meer dan $ 1,17 dus). Het staat vast dat deze koers toen al veel te hoog is geweest. Jarenlang heeft de euro echter nog een veel hogere waarde kunnen bereiken tot zelfs boven $ 1,51. De euro lijkt dan ook veel meer geweest te zijn dan wat deze eigenlijk is. Nu Europa wel móet stimuleren (ECB), houdt het sprookje op te bestaan. Daarbij komt natuurlijk ook de fragiele structuur van de Eurozone met Griekenland als tijdbom.

 

We mogen verwachten dat nu de ECB op zo grootse schaal stimuleert, de economische groei wel zal gaan toenemen. En wel meer dan een beetje ook. Daarmee zal de tot nu toe ontbrekende schakel in de wereld (Europa) weer een actieve bijdrage leveren aan de wereldwijde economische groei. Op de langere termijn zijn stijgende beurskoersen dan ook gerechtvaardigd. Bovendien wordt bij een wereldwijde belegging voor een heel belangrijk deel geprofiteerd van de sterk gestegen dollar als gevolg van de zware daling van de euro.

4 Hoogtevrees

De koersstijging van de afgelopen maanden wordt veelal ervaren als een zeepbel, luchtbel of bubbel. Veel beleggers krijgen hoogtevrees en zijn bang dat een ineenstorting van de beurzen dreigt zoals dat in 2008 heeft plaatsgevonden. Toch moet niet het beeld van 2008 naar 2015 worden geëxtrapoleerd. In 2008 knapte het systeem omdat in de 25 jaar daaraan voorafgaand een liberaliseringsgolf (Reaganomics) de financiële instellingen (vooral banken en verzekeraars) tot onbestuurbare monsters had gemaakt. Natuurlijke correcties toppen de excessieve koersstijgingen alleen maar af en vormen geen trendbreuk.


Dat zou alleen het geval zijn als de koersen een stijging vertonen die niet in lijn is met een hogere winstverwachting of wanneer een hogere winstverwachting irreëel is. Dan is een hoger ‘prijsniveau’ immers niet gerechtvaardigd.

5 Natuurlijke correctie

Elke koersstijging die enige tijd aanhoudt, hoe gerechtvaardigd die stijging ook is, wordt op den duur gevolgd door een natuurlijke koerscorrectie. Om het visueel te maken: bij het langdurig feestelijk eten en drinken wordt ook een hoeveelheid lucht ingeslikt. Deze lucht moet er weer uit, anders zou dat ongezond zijn. Nadat de lucht eruit is en men zich weer minder opgezwollen voelt, is eten en drinken weer gewoon mogelijk. Op effectenmarkten is het niet anders: er is bij het stijgen van de koersen ‘teveel lucht mee geslikt’ die er weer uit moet. Ofwel: een beperkt gedeelte van de koersstijging is niet echt gerechtvaardigd maar in de euforie mee ‘omhoog gezogen’. Dit stukje bovenmatige koersstijging moet dus gecorrigeerd worden.


Het is bij effectenmarkten echter niet zoals het lichaam. In het laatste geval zijn er natuurlijke ventielen om het teveel aan lucht gecontroleerd te laten ontsnappen. In het geval van aandelenmarkten zal er zich iets moeten voordoen als gevolg waarvan een correctie optreedt. Dat ‘iets’ is niet gemakkelijk te voorspellen want alles wat bedacht kan worden is in feite al bekend en dus in de koersen verwerkt. Hiervoor zullen we dus moeten kijken naar situaties die geheel onverwacht om de hoek komen kijken of die zich plotseling zomaar kunnen voordoen. Het nadeel van zulke situaties is dat deze om reden van het feit dat ze geheel onverwacht zijn, een versterkend effect kunnen hebben. Een plotselinge wending in het ‘Griekse drama’ zou zo’n situatie kunnen vormen. Mogelijk ook een onverwachte wending in de verhouding tussen Rusland en het Westen. Het gevolg van een koersstijging zoals die zich in de afgelopen maanden heeft voorgedaan, zou een mogelijke koerscorrectie van circa 10% tot 12% in Europa kunnen zijn.

6 Vooruitzichten

Nu dit geconstateerd is, blijft de vraag open of de ontwikkeling van de aandelenbeurzen in de komende anderhalf jaar zodanig zal zijn dat daarmee de bereikte waarde van de beleggingsportefeuilles serieus in gevaar komt. Dat lijkt niet het geval. Door de toegepaste stimuleringsmaatregelen van de centrale banken, nu eindelijk ook in Europa, wordt een krachtige impuls aan de economische activiteit gegeven. Als de banken nu maar gewoon hun werk goed doen, wordt deze economische activiteit vanzelf zichtbaar en voelbaar.


Daarmee staat de wereld aan de vooravond van een periode van wereldwijde economische groei, de inflatie is bovendien extreem laag en, zeker niet onbelangrijk, de rente is bijna overal in de wereld 0% of zelfs nog lager!


Deze ingrediënten vormen een stevige waarborg voor een solide koersontwikkeling, nu eens sneller, dan weer wat langzamer. Een beperkte koerscorrectie blijft echter nimmer uitgesloten. Maar ook na zo’n correctie zullen de koersen hun weg naar boven weer snel hervinden.

7 Griekenland uit de Eurozone

Bedreigingen liggen doorgaans in de onevenwichtigheden. Van deze onevenwichtigheden is nú geen sprake. Maar Griekenland kan in de komende periode tijdelijk roet in het eten gooien. Het heeft er echter alle schijn van dat de belangrijkste Europese krachten al langere tijd bezig zijn om Griekenland langzaam en op gecontroleerde wijze uit de Eurozone te werken. Het belangrijkste Europese land Duitsland, is er inmiddels al helemaal klaar voor. Uiteindelijk zal daardoor de onrust op de financiële markten mee kunnen vallen. Een beperkte koersdaling zal dan echter tevens gepaard gaan met een nog verdere daling van de euro en dus een stijging van de dollar.