Menu

Marktinzicht

1e kwartaal 2014

Inhoudsopgave

  1. Internationale effectenbeurzen: het hoofd boven water
  2. Internationale politieke situatie
  3. ‘Tapering’ door de FED
  4. Vooruitzichten

1 Internationale effectenbeurzen: het hoofd boven water

De wereldwijde effectenbeurzen zetten hun opmars van eind december in het nieuwe jaar aanvankelijk voort. Maar de ingrediënten voor instabiliteit die voor de jaarwisseling al aanwezig waren, traden nog voor het einde van de eerste maand van het nieuwe jaar pregnant op de voorgrond. De onrust onder beleggers als gevolg van de aangekondigde afbouw van steunmaatregelen van de Federal Reserve (FED) en het Oekraïense kruitvat dat een gevaar bleek voor de internationale politieke stabiliteit. De graadmeter voor een internationale aandelenbelegging, de MSCI World Index, steeg gedurende het eerste kwartaal per saldo met 0,7% na eerder meerdere keren met zowel ups als downs van meer dan 5% te hebben gefluctueerd. Hierdoor nam de volatiliteit sterk toe.

2 Internationale politieke situatie

Nadat de Oekraïense president Victor Janoekovitsj onder grote druk van Rusland het associatieverdrag met de EU, dat onderlinge handel makkelijker zou moeten maken, niet ondertekent, gaan eind november tienduizenden Oekraïners de straat op als protest tegen dat besluit. Woedend vanwege het feit dat de kant van het dominante Rusland gekozen is en bezorgd omdat de broze economie het stuklopen van de overeenkomst niet kan gebruiken. Begin december is het aantal demonstranten in de hoofdstad Kiev gegroeid tot meerdere honderdduizenden waarbij regeringsgebouwen worden belaagd. Na weken van overleg tussen regering en oppositie is er medio januari nog steeds geen compromis. Janoekovitsj tekent een wet die het veel makkelijker maakt om demonstraties de kop in te drukken, hetgeen voor nog grotere woede bij de demonstranten zorgt waardoor de sfeer tussen demonstranten en politie grimmiger wordt. In de loop van februari laait het geweld hoog op en het dodental loopt op tot boven de zeventig. Uiteindelijk wordt een compromis bereikt waarbij vervroegde verkiezingen en terugdringing van de presidentiële macht wordt overeengekomen. In ruil daarvoor hoeft Janoekovitsj niet af te treden. Maar de betogers in Kiev zijn niet tevreden: zij willen dat Janoekovitsj aftreedt. Op 22 februari stemt het Oekraïense parlement tóch voor zijn aftreden. Janoekovitsj slaat op de vlucht en duikt onder in Rusland. Er komt een interim-regering onder leiding van Arseni Jatsenjoek. Het Kremlin verklaart dat daarmee extremisten aan de macht zijn gekomen en de Russen in Oekraïne gevaar lopen. Het land is verdeeld: het westen mag dan pro-Europees zijn en blij zijn met het vertrek van Janoekovitsj; in het oosten en op schiereiland de Krim is de meerderheid pro-Russisch en uiterst bezorgd over de omwenteling in de hoofdstad.


Het gevolg hiervan kon niet uitblijven. Rusland (Poetin) verschaft zich alle argumenten op basis waarvan het strategische schiereiland de Krim bij Rusland kan worden gevoegd.


Sinds 1954 maakte de Krim onderdeel uit van de Oekraïense Socialistische Sovjetrepubliek als gevolg van een geschenk van Russische Socialistische Sovjetrepubliek. Het was Chroesjtsjov, die zelf een Oekraïner was, die de Krim in 1954 als een gebaar van vriendschap tussen het Russische en het Oekraïense volk aan Oekraïne overdroeg.


Interim-premier Jatsenjoek gaf aanvankelijk nog aan dat  Oekraïne “geen centimeter” grondgebied uit handen zal geven. Medio maart wordt Poetin door Bondskanselier Merkel gewaarschuwd dat een inname van de Krim op de lange termijn enorme economische en politieke schade kan veroorzaken. Een topoverleg tussen de ministers van Buitenlandse Zaken van Rusland en de Verenigde Staten in Londen levert niets op. Een resolutie van de Veiligheidsraad brengt die uitslag van het referendum ongeldig verklaart, wordt door Rusland met het vetorecht geblokkeerd. De uitslag van het referendum dat op 16 maart wordt gehouden vormt de grondslag voor de inlijving van Oekraïne bij Rusland: een overgrote meerderheid (96,6%) stemt in met afscheiding van Oekraïne en aansluiting bij Rusland.


Voor Rusland is Oekraïne een door en door Russisch land. In veel opzichten vormt Oekraïne de bakermat van de Russische cultuur. In de 10e en de 11e eeuw bestond het grote Kievse Rijk dat een enorme bloei kende. Door de Kruistochten raakte het Rijk in verval en in de 13e eeuw ging het door Mongoolse invallen geheel ten onder. Uit het verwoeste Kievse Rijk kwamen de Oekraïners, de Wit Russen en de Russen voort. Nadat het gebied in de 13e en 14e tot het Tataarse Kanaat behoorde werd het gebied in de 15e eeuw onderdeel van het Grootvorstendom Litouwen, later in een unie verbonden met het Koninkrijk Polen. Tijdens de 2e helft van de 17e eeuw kwam het gedeelte ten oosten van de Dnjepr in Russische handen.  


Steeds meer delen kwamen onder Russische invloed en aan het eind van de 18e eeuw had Rusland als gevolg van de Poolse delingen het overgrote deel van het gebied in handen. Slechts het uiterste westen (ten westen van de Dnjestr) kwam onder heerschappij van het Keizerrijk Oostenrijk. Men zou kunnen zeggen dat Oekraïne vanaf 1661 gedeeltelijk en vanaf 1793 geheel tot 1991 Russisch is geweest waarbij het sinds 1918 deel uitmaakte van de Sovjet Unie. Alle reden voor Rusland om de in 1991 verloren gegane trots van weleer te herstellen. Een aansluiting bij de EU, laat staan een toenadering tot de NAVO, is voor Rusland om historisch begrijpelijke redenen dan ook volstrekt onaanvaardbaar.


De internationale spanningen zijn als gevolg van de ontwikkelingen in Oekraïne zeer sterk opgelopen waardoor een sfeer is ontstaan die doet denken aan de meest spannende momenten tijdens de Koude Oorlog. De Verenigde Staten treedt vooral op als pleitbezorger voor het recht op zelfbeschikking en democratie. Rusland wenst Oekraïne niet uit haar invloedsfeer te zien verdwijnen en wenst al helemaal niet dat NAVO invloed binnendringt tot in het hart van het Russische kerngebied nu deze al reikt tot aan de flanken van Rusland aan de Oostzee (de Baltische Staten: Estland, Letland en Litouwen).


Europa heeft zo haar eigen beweegredenen om in het conflict de Oekraïne te steunen. Enerzijds vloeit dit voort uit de al twintig jaar bestaande behoefte om zoveel mogelijk staten die zich na het uiteenvallen van de Sovjet Unie in 1991 hebben afgescheiden van Rusland, nauw bij Europa te betrekken. Een voorbeeld hiervan is het aantal deelnemers aan het Eurovisiesongfestival dat is geëxplodeerd van 7 deelnemende landen in 1956 naar 43 deelnemende landen in 2011. Daarnaast speelt het Russische gas een enorm belangrijke rol. Europa is vrijwel geheel afhankelijk van het Russische gas dat Europa bereikt via de ‘Yamal gas pipeline’ die vanuit Rusland door Wit Rusland naar Polen en Duitsland loopt en waarvan in Wit Rusland een belangrijke gedeelte aftakt naar Oekraïne en de ‘Brotherhood gas pipeline’ waarvan de hoofdleidingen alle door Oekraïne lopen. Een aftakking van beide leidingen loopt als ‘Nord Stream gas pipeline’ door de Oostzee en Noord-Duitsland naar Nederland en vertakt hier in leidingen naar de rest van Europa. Afsluiting van het Russische gas zou een economische ramp van ongekende omvang voor Europa tot gevolg hebben.


En dan is er Duitsland dat traditioneel in grote mate economisch verstrengeld is met Rusland. Duitsland verkeert dan ook in een enorme spagaat. Enerzijds vanwege het feit dat de economische belangen aanzienlijk zijn omdat de Duitse economie voor meer dan de helft is aangewezen op de goede relatie met Rusland. Duitsland zit dan ook niet te wachten op een economische malaise als gevolg van sancties tegen Rusland. Anderzijds kan Duitsland als voormalig hoofdrolspeler in de WO II de Russische manoeuvres niet toestaan nu zij in bijna zeventig jaar een morele loutering heeft ondergaan waarbij elke vorm van militaristische machtspolitiek volstrekt wordt verworpen.


Europa is verdeeld, net zo verdeeld als in het oplossen van haar eigen economische crisis en de eurocrisis. De belangen liggen te verdeeld en de ethische uitgangspunten van de verschillende landen zijn te divers en niet altijd even authentiek. De houding van de verschillende Europese landen met betrekking tot het opleggen van sancties tegen Rusland is dan ook opportunistisch.


Oekraïne heeft voor flink wat beweging in de internationale politiek gezorgd die nog lang niet voorbij is. De gevolgen kunnen van grote importantie zijn voor de Russische economie en de economieën van de verschillende Europese landen. Voor Europa dat zich nog uit de economische crisis moet manoeuvreren, kan een nieuwe tegenslag desastreus zijn.


Het is dan ook niet verwonderlijk dat het conflict wereldwijd zoveel aandacht krijgt. Ook beleggers kijken met argusogen toe wat er gaat gebeuren en zijn op hun hoede. Het conflict om Oekraïne zal de effectenbeurzen voor de rest van het jaar nog wel in zijn greep houden.

3 ‘Tapering’ door de FED

‘Taperen’ is de Amerikaanse term voor het geleidelijk afbouwen van het opkoopprogramma van staatsleningen en hypotheekobligaties door de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken (FED). De  Federal Reserve kocht tot voor kort voor 85 miljard dollar per maand staatsleningen, hypotheekobligaties en ander schuldpapier op teneinde de economie te stimuleren. Omdat de opkoopoperatie leidt tot een lagere rente, wordt het voor bedrijven en individuen aantrekkelijker om geld te lenen. Ook de woningmarkt krijgt een forse impuls, aangezien toekomstige huizenbezitters goedkoper een hypotheek kunnen afsluiten.


Zo'n programma kan echter niet eindeloos doorgaan. In de vroege zomer van 2013 suggereerde toenmalig FED-voorzitter Ben Bernanke dat er een einde zou komen aan zijn bijzondere geldbeleid. Het opkoopprogramma van 85 miljard dollar aan staats- en hypotheekobligaties die de FED maandelijkse inkocht om de rentes laag te houden, zou geleidelijk worden beëindigd. Dit leidde tot grote onrust bij beleggers die bang waren dat daarmee een einde aan het mooie leven zou komen. Vandaar dat de beurzen naar beneden tuimelden bij de aankondiging van maatregelen die tot afbouw zouden leiden en weer opveerden wanneer de FED-voorzitter aangaf dat het voorlopig allemaal niet zo’n vaart zou lopen.


In december werd daadwerkelijk besloten de steunaankopen te verlagen tot 75 miljard dollar en eind januari werd nog een keer besloten een verlaging toe te passen tot 65 miljard dollar. De schrik zat erin. Eind januari daalden de aandelenbeurzen dan ook met 6% en bleven ook nadien labiel. Per 1 februari trad Janet Yellen aan als opvolger van Ben Bernanke.


Onmiddellijk trad zij in de voetsporen van haar voorganger door de markten gerust te stellen. Van verdere afbouw zou pas sprake zijn als de economische condities sterk verbeterden en vooral de werkeloosheid flink zou dalen. En het werkte want de beurzen klauterden weer op. Toen Yellen vervolgens op 19 maart aankondigde dat mogelijk iets eerder van een verhoging van de rente (nu 0%!) sprake zou zijn dan aanvankelijk aangekondigd, reageerden de beurzen als door een wesp gestoken en verloren opnieuw meerdere procenten.


Naast het weinig consistente beeld dat de FED-voorzitters uitstralen door dan weer ‘slecht’ nieuws aan te kondigen en dan weer beleggers gerust te stellen en dit keer op keer herhalen in de vorm van een perpetuum mobile, speelde een andere consequentie dit kwartaal een belangrijke rol. Vorig jaar zomer, na de eerste aankondiging van Bernanke dat de FED zou gaan ‘taperen’ volgde een uittocht van kapitaal uit de ‘emerging markets’ die in de afgelopen jaren juist hadden geprofiteerd van een instroom van westers geld dat op zoek was naar hogere rendementen dan de bijna tot nul gedaalde rentetarieven van de westerse landen.


Aanvankelijk leidde deze kapitaalonttrekking tot een daling van de valuta van de ‘emerging markets’, vooral die van vijf grote landen (de Fragile Five): India, Brazilië, Zuid-Afrika, Indonesië en Turkije. Maar na de verlaging van het opkoopprogramma in december en nu opnieuw eind januari kwamen de valuta van deze vijf landen onder grote druk te staan.


Er ontstond dan ook grote ongerustheid onder beleggers over het lot van deze landen en de druk beperkte zich niet alleen tot deze vijf landen. Ook Hongarije en Argentinië werden getroffen.


De gevolgen voor de opkomende markten zijn immers groot: de valuta daalden in forse mate en alle betrokken landen verhoogden hun rentetarieven. De Turkse centrale bank spande de kroon met een verdubbeling van sommige rentetarieven. Wereldwijd verdampte in een nerveuze verkoopgolf 1.800 miljard dollar aan beurswaarde.


De angst dat deze ‘emerking markets crisis’ zou overslaan naar de westerse landen leidde tot grote nervositeit op de effectenbeurzen van de westerse landen. De paniek sloeg even flink toe hetgeen de toch al geplaagde beurzen geen goed deed. Na enkele dagen keerde de rust weer en begonnen de beurzen weer aan hun opmars. De angst dat de ‘emerking markets crisis’ ook de westerse landen zou aantasten, leek te zijn weggeëbd.  Aan het einde van de maand februari werden weer ‘all-time highs’ in de Verenigde Staten bereikt.

4 Vooruitzichten

Aan het einde van het jaar 2013 leken de economische ontwikkelingen voor het jaar 2014 zich onverminderd gunstig voort te zetten. Hoewel er meer fluctuatie ontstond als gevolg van het ‘taperen’ door de FED, mocht dat een positief verloop van de aandelenbeurzen niet in de weg staan. De opgetreden internationale spanningen als gevolg van de ontwikkelingen in Oekraïne hebben voor een toenemende onrust gezorgd.


Aangezien de toekomstige situatie moeilijk is in te schatten en de onzekerheden onder beleggers toenemen, dient een mogelijke koerscorrectie niet uitgesloten te worden. Vooral de Amerikaanse beurzen geven daartoe aanleiding nu de koersen aldaar de hoogste niveaus ooit hebben bereikt. Effectenbeurzen reageren echter nooit voorspelbaar. Het is immers ook goed denkbaar dat de koersen gedurende langere tijd een meer kwakkelend verloop zullen hebben waarbij beperkte dalingen worden afgewisseld met beperkte stijgingen, net zoals gedurende het afgelopen kwartaal.


Ondanks het feit dat de economische crisis, zeker in de Verenigde Staten, meer en meer tot het verleden behoort, neemt de angst voor een gezonde beurscorrectie bij beleggers steeds meer toe; onder beleggers is ‘hoogtevrees’ ontstaan, nu de internationale politieke situatie slechts aanleiding geeft tot regelmatige spanningen en onrust.